Voor u gelezen
(Het Nieuwsblad van maandag 08 maart 2010)
Twee vroege doelpunten van Frederik Boi zetten Cercle Brugge zaterdag meteen op het juiste spoor. Sinds een psycholoog een groepsgesprek op gang bracht, behaalde Cercle 21 op 24.
Na de heenmatch tegen Westerlo luchtte Frederik Boi zijn hart in een regionale krant. Glen De Boeck reageerde door in Waregem Boi op de bank te laten starten. Hij viel in maar had een discussie met zijn trainer en werd direct weer naar de bank gehaald. Een nieuw conflict leek in de maak, maar beiden deden water in de wijn.
Een paar dagen voor de bekermatch Zulte Waregem-Cercle een eerste keer werd afgelast, waaide plots een psycholoog binnen op Cercle. De Boeck werkt al langer met Johan Desmadryl, die hij bij Anderlecht leerde kennen. Desmadryl organiseerde ook diverse sessies teambuilding bij Cercle. ‘Ik weet niet of het toeval was dat we plots met hem en zonder de trainer in de kleedkamer zaten’, lachte Boi zaterdag. ‘Zaak is dat het een open gesprek was dat heel verhelderend werkte. Nadien heeft de trainer een paar routiniers bij zich geroepen. Zelf was ik daar niet bij maar Vidarsson, Foley, Serebrennikov en Viane wel.’
Voeten aan de grond genageld
Toen De Boeck zaterdag naar de persconferentie stapte zag hij dat Boi zijn verhaal deed aan een paar journalisten. ‘Voetjes op de grond houden’, fluisterde De Boeck met opzet duidelijk hoorbaar. Boi reageerde laconiek, zuchtte, keek verbaasd op en toonde dat zijn voeten wel degelijk aan de grond waren genageld. Een transfer is dus niet aan de orde. ‘Ik zit hier nu 21 jaar en ben blij dat De Boeck blijft. De trainer weet ook wel dat hij na drie jaar de waarheid niet in pacht heeft, maar niemand kan ontkennen dat Cercle beter is geworden onder De Boeck. Ook mijn rendement is veel hoger geworden onder hem.’ (KV)
Voorzitter Roger Lambrecht bibbert voor woensdag
‘Charleroi is laatste kans’
Lokeren leed zijn zwaarste nederlaag van het seizoen tegen Cercle. Samen met Roeselare en Charleroi blijft het kandidaat om de eindronde met tweedeklassers te moeten betwisten.
3 op 36 staat op het uitrapport van Lokeren te lezen. Slechts één uitzege in Roeselare op twaalf uitwedstrijden. Als je weet dat Lokeren nog twee keer uit moet en op de slotdag leider Anderlecht ontvangt, dan ziet de situatie er heel benard uit. Woensdag staat de inhaalmatch op Charleroi op het programma. ‘Dat wordt een match op leven en dood’, zegt voorzitter Roger Lambrecht. ‘Na de desastreuze match tegen Cercle heb ik de spelersgroep niet toegesproken. Het is aan de trainer om dat te doen en de juiste analyses te maken. Voor woensdag zal ik de groep nog eens wijzen op de enorme belangrijkheid van het duel met Charleroi. Dat wordt misschien onze laatste kans om te overleven. Als we zakken, dan stop ik als voorzitter. Ik zal de club wel nog blijven helpen. De spanning is om te snijden. Zelfs het doelsaldo kan nog bepalend zijn in de eindafrekening. Als wij nog tweemaal gelijkspelen en Roeselare wint zijn laatste match thuis tegen Westerlo, dan is het zover. Stel je voor dat we de eindronde moeten spelen ondanks hetzelfde puntenaantal maar, maar met een slechter doelsaldo. Dat zou helemaal een ramp zijn.’
‘Tegen Cercle zijn we in alle rangen overklast geweest. Er zat totaal geen fut in bij ons. Ik heb er geen verklaring voor. Cercle bracht het beste voetbal dat ik gezien heb in deze competitie. In twee passes ging het van de verdediging naar de aanval. Zeer modern, snel en verzorgd voetbal. Als we op achtervolgen worden aangewezen, is het gedaan met ons. Het ontbreekt ons aan mentaliteit om terug te keren. Tegen Charleroi moeten we tot overmaat van ramp sterkhouder Olivier Doll missen. Dat is een zware aderlating. We zijn werkelijk nog niet gespaard gebleven dit seizoen. En ik weet niet of we Strul al kunnen recupereren.’
Zeven tegengoals
Coach Emilio Ferrera wou niet te lang blijven stilstaan bij de zware nederlaag. ‘Ik trek geen conclusies na één match. Mijn taak is om verder te kijken. In mijn twee uitwedstrijden met Lokeren slikten we zeven tegendoelpunten, drie op Genk en vier op Cercle. Ik weet waar ik moet aan werken, zeker op verplaatsing.’ (Patrick Plaetinck)
Gepubliceerd door: Irène Laridon






















