Cercle en Brugge door de jaren heen - Shot Online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 199)

(periode van 30-04-1960 -> 07-05-1960)

* Cercle

Pessimistische groen-zwarte supporters gaven geen rooie duit meer voor de promotiekansen van hun favorieten.  De optimisten daarentegen dachten dat het kalf misschien wel reeds in het water lag maar alleszins nog niet verdronken was…

Als de Cerclespelers geen verder gezichtsverlies wilden lijden zorgden zij er hoe dan ook best voor dat zij beide punten ontfutselden aan het bedreigde Racing Mechelen.  De hamvraag was natuurlijk of deze theorie zou kunnen omgezet worden in de praktijk.

 

Traditiegetrouw werd er vooruitgeblikt op de (belangrijke) komende wedstrijd :

“R.C. Mechelen – Cercle” : “Voor hun laatste uitwedstrijd gaan de groen-zwarten morgen zondag op bezoek bij het bedreigde Racing Mechelen.  Waar Cercle praktisch niets meer te winnen of te verliezen heeft –spijt het theoretisch waterkansje– zullen de Maneblussers er integendeel alles uithalen om de overwinning weg te kapen.  Indien de groen-zwarten echter voor het resultaat spelen menen we hen een lichte winstkans of toch ten minste een gelijk spel te mogen toekennen.

De vermoedelijke ploeg : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, De Caluwé, Notteboom, H. Gerard, Bailliu, Buyse en Desmaele.”

Leider Eendracht Aalst (39 punten) nam het op de voorlaatste speeldag thuis op tegen White Star (12de – 23 punten) en kon dus een stevige optie nemen op de titel.  Patro Eisden (2de – 37 punten) mocht ook al thuis aantreden maar dat beloofde een ander paar mouwen te worden.  Hun opponent was immers het derde geklasseerde Olse Merksem (36 punten) dat zelf nog promotiekansen had.  Cercle, als vierde met 35 punten, moest gewoon winnen en dan afwachten hoe de top drie het er van af bracht.

Onderaan was de spanning er gedeeltelijk uit.  Het laatst geklasseerde Seraing totaliseerde 17 punten en dat waren er vijf minder dan het veertiende geklasseerde FC Tilleur.  De rood-zwarte Luikenaars hadden hun ticket voor Derde Klasse dus reeds op zak.  Het verhaal van de voorlaatste, Racing Mechelen (21 punten), was genoegzaam bekend : winnen tegen Cercle was hun (simpele ?) opdracht !  Als de Mechelaars de punten thuis hielden deden Tilleur (uit naar Sporting Charleroi) en Racing Doornik (13de – 23 punten), dat thuis mocht aantreden tegen FC Diest, er goed aan punten te oogsten.  Je wist immers maar nooit welke resultaten er straks, op de dertigste en laatste speeldag, nog neergezet werden…

“Peter Flanders” mocht voor “Het Brugsch Handelsblad” de groen-zwarten vergezellen naar het Mechelse Oscar Vankesbeeckstadion en er een verslag maken van de ontmoeting tussen de groen-witten en de groen-zwarten.

R.C. Mechelen – Cercle Brugge 0-2

“Testmatch laatste promoveringskans…”

“Het lag voor de hand dat in deze wedstrijd enkel voor de punten zou worden gestreden.  De “Maneblussers” blijven nog steeds worstelen tegen het degradatiespook en ook de Breydelzonen hadden alle belang bij een eventuele winst, wilden ze hun miniem kansje tot promoveren gaaf houden.

Van die strijd is niet zo veel in huis gekomen, daar de Mechelaars zich al te vroegtijdig bij de stand van zaken gingen neerleggen en door weinig geïnspireerde aanvallen nooit bij machte bleken het verloop van de partij in hun voordeel te laten keren.

Voegen we er aan toe dat de Mechelse spelers overtuigd waren de punten kadeau te krijgen en de bestuursleden onomwonden uiting gaven aan hun ongenoegen.  Ze vroegen zich verwonderd af waarom de bezoekers zich eigenlijk inspanden om de volle buit op zak te steken, daar volgens hen Cercle toch niets meer te winnen of te verliezen had…

Dat Cercle de punten niet zo maar te grabbel gooide, spreekt voor zichzelf.  Er bestaat immers nog altijd een waterkansje om samen met Aalst op te stijgen.  Alles hangt af van White Star, die het lot van de Bruggelingen en ook van Patro Eisden in handen houdt.  Zijn de Brusselse gesternden –die notabene het eigenlijk aan Cercle te danken hebben dat ze in 2de klasse blijven dit door de jongste overwinning der Brugse groen-zwarten op de rechtstreekse konkurrent RC Mechelen– bij machte morgen zondag Eisden te kloppen en wint Cercle haar laatste wedstrijd tegen Seraing, dan moeten de Patronaatjongens in duel met de Bruggelingen voor een beslissende testwedstrijd, daar beide ploegen dan evenveel punten en verlieswedstrijden zouden tellen (*).  Eén punt volstaat nochtans voor de Limburgers om zeker te promoveren.  De kans voor Cercle is dus heel klein, maar ze bestaat toch.  Intussen zeggen we maar, met allen die nog hopen op een klein voetbalmirakel : wait and see.”

(*) Nu telt het hoogste aantal overwinningen om bij een gelijk aantal punten de rangschikking op te maken.  In die jaren telde echter het aantal verliespartijen bij een gelijke puntenstand.  Wie bijvoorbeeld slechts negen nederlagen telde stond voor de ploeg die tien nederlagen had geleden ook al had die laatste ploeg misschien wel meer overwinningen behaald (nvdr).

 

Technische  krabbels…

R.C. Mechelen – Cercle Brugge  0-2

- opkomst : 3.000 toeschouwers.

- terrein : droog, maar wat hobbelig.

- weersgesteldheid : zonnig en af en toe overtrokken.

- leiding : ref. Van Royen met zijn beide grensrechters, zeer korrekt.

- fair-play : sportief, doch vrij harde tacklings.

- corners : Mechelen 7, Cercle 8.

- doelpunten : 22’ Buyse 0-1, 44’ Perot 0-2.

- Racing Mechelen : Kluppels, Verhasselt, Hofmans, Liekens, Cornelis, Geens, Vervloet,

  Lamberts, Van Put, Reyniers, Put.

- Cercle : Mortier, Roje, Serru, De Caluwé, Baas, Demey, Notteboom, Perot, Bailliu, Buyse,

  Desmaele.

 

De klassering viel stilaan in zijn definitieve plooi.  Aalst stond nog steeds op de eerste plaats (41 punten) en trok op de laatste speeldag naar Lyra (6de – 31 punten).  De Ajuinen hadden duidelijk de beste kaarten in handen om de titel binnen te halen.  Het nummer 2, Patro Eisden (39 punten), voetbalde uit bij White Star (12de – 23 punten).  De paars-witten hadden aan één punt genoeg om mee te stijgen naar de hoogste klasse.  Cercle, als derde, totaliseerde 37 punten en kon enkel op een testmatch aanspraak maken als de groen-zwarten zelf wonnen van het zestiende en tot degraderen gedoemde FC Seraing én Patro Eisden verloor.

Onderaan verkeerde Racing Mechelen in zware ademnood en zaten zij met een verplaatsing naar Olse Merksem (4de – 36 punten) opgezadeld om zich in extremis nog te redden.  Ook FC Tilleur (14de – 22 punten) en Racing Doornik (13de – 23 punten) konden best nog enkele punten gebruiken om het behoud te verzekeren.  Pikant detail : het bedreigde Racing Doornik mocht naar het Stade de Buraufosse, de thuishaven van het eveneens bedreigde FC Tilleur.

In “Het Brugsch Handelsblad” van 7 mei 1960 werd al eens vooruitgeblikt op de wedstrijd die Cercle hoe dan ook zegevierend moest afsluiten :

“Cercle – Seraing : de groen-zwarten betwisten morgen zondag hun laatste kompetitiematch aan huis tegen de rode lantaarndrager en definitief veroordeelde FC Seraing.  Op het eerste gezicht betekent dit dus slechts een loutere formaliteit voor Cercle, die er nochtans best zou aan doen een oogje in het zeil te houden en niet te rusten vooraleer ze van de te winnen punten zeker zijn.

Spijt de zeer minieme kans om het nog tot een testmatch te brengen voor de promovering naar eerste –een verrassing is immers gauw gebeurd– zijn de groen-zwarten het aan zichzelf verplicht dit kansje te handhaven wat slechts mogelijk is door een overwinning.  Deze zien we hen dan ook vlot in de wacht slepen.

Heel waarschijnlijk zal dezelfde opstelling van verleden week in het veld komen nl. : Mortier, Roje, Serru, Demey, Baas, De Caluwé, Notteboom, Perot, Bailliu, Buyse en Desmaele.

Scheidsrechter : dhr. Cumps.”

* Brugge

* Als wij door Brugge wandelen of rijden letten we er nog amper op dat alle straten baden in een helder licht.  Nochtans was dit, zelfs in een niet zo ver verleden, ooit anders.  In bepaalde wijken, vooral van de Brugse rand, was straatverlichting eerder een luxe dan een gewoonte.  Nochtans werd er door stad Brugge, zoals we konden lezen in “Het Brugsch Handelsblad” naarstig aan gewerkt :

“Modernizering van verlichting op St-Jozef” : “Eindelijk zullen de inwoners van St-Jozef binnen kort een moderne openbare verlichting krijgen.  Ongeveer tweehonderd nieuwe lichtpunten zullen geplaatst worden in de Havenstraat, Krommestraat, Dudzele Steenweg, Koolkerke Steenweg en in verscheidene andere zijstraten.  De uitvoeringsonkosten belopen 1.392.000 frank, waarvan 558.000 frank ten laste valt van de stad.  Op de buitengewone begroting van 1960 is daarvoor een som van 600.000 frank voorzien.  De installatiekosten worden volledig gedragen door Ebes.  Na de goedkeuring van dit werk door de gemeenteraad, moet de bestendige deputatie nog haar zegen geven.  Men voorziet, dat deze verlichtingsmodernizatie binnen kort zal kunnen doorgevoerd worden, tot groot genoegen van de inwoners van St-Jozef, die zich met de aanstaande wintermaanden veiliger op straat zullen kunnen begeven.”

* Ook de binnenstad werd niet vergeten.  Al ging het daar niet over een nieuwe of vernieuwde openbare verlichting maar over… kunstvlaggen.  We letten er niet altijd op, zo’n vertrouwd beeld is het ondertussen geworden, maar in de belangrijkste centrumstraten hangen sinds jaar en dag vlaggen die de gevels tussen de ene kant en de overkant als het ware verbinden.  Die hangen daar in weer en wind en zijn dus om de zoveel jaar, al of niet dringend, aan vervanging toe.  In 1960 was het tijd om enkele nieuwe vlaggen op te hangen :

“Nieuwe kunstvlaggen in Brugge’s Oudste Deel” : “Naar aanleiding van het vorstelijk bezoek aan onze stad werd door het gemeentebestuur een beroep gedaan op de handels- en gebuurtekringen van het centrum om, in de straten alwaar de vorstelijke gasten zouden doortrekken, hun kunstvanen en wimpels te laten wapperen.

De zeer aktieve handelskring van “Brugge’s Oudste Deel” heeft hierin onmiddellijk de gelegenheid gezien, om met drie nieuwe kunstvlaggen uit te pakken.  Deze kunstvlaggen zijn respektievelijk aan volgende onderwerpen ontleend.

1) in de Breidelstraat : de zegel van Lodewijk van Maele.  Dit herinnert aan de eerste steenlegging van het Brugse stadhuis door deze laatste graaf in 1376.

2) in de Wollestraat : het wapen van de familie Perez.  Dit motief werd genomen als herinnering aan burgemeester Perez, die het Heilig Bloed in 1584 in het hoekhuis van de Wollestraat en de Rozenhoedkaai verborg.

3) in de Braambergstraat : voorstelling van het zegel met alliantiewapen van Maria van Boergondië en Maximiliaan van Oostenrijk.”

* Brugge en zijn pittoreske reitjes, het is onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Maar in de omgeving van deze kabbelende reitjes huizen dieren die we ongetwijfeld liever kwijt zijn dan rijk : ratten.  Je ziet ze meestal niet omdat deze beestjes vooral ’s nachts actief zijn maar ze zijn er wel.  Kom je er dan al eens eentje tegen is het vaak even schrikken want een bruine rat is gemiddeld, staart inbegrepen, tussen de 36 en 50 centimeter lang !  Een muskusrat is met zijn 45 tot 70 centimeter zelfs nog wat groter.  Geef toe dat je bijgevolg een rat liever ontwijkt dan opzoekt vooral omdat een rat bekend staat als een agressief en ziekten verspreidend dier.  Wanneer zich al te veel ratten op eenzelfde plaats ophouden spreekt men van een rattenplaag.  Ook Brugge werd met dit probleem geconfronteerd :

“Rattenverdelging op grote schaal” : “Onze stad wordt langzaam bevrijd van de ratten, die hier met honderden langs onze Brugse reien huizen.  Door de gezondheidsdienst van Brugge werd een beroep gedaan op een Mechelse firma, die de verzekering gaf over een afdoende methode te beschikken, om dit ongedierte te verdelgen.  Op korte tijd werden inderdaad de beste resultaten geboekt en donderdagnamiddag werd aan de pers de werkwijze om de Brugse ratten te verdelgen uiteengezet.  Een boottochtje op de Brugse stadsreien toonde aan welke verdelgingsmethode er gebruikt wordt.”

* Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat tijdens mijn jeugdjaren er in de enkele straten die het Dampoortkwartier toen rijk was heel wat kleine zelfstandigen hun zaak hadden.  Op het gevaar af er enkele te vergeten trof je er alvast een zestal kruidenierswinkeltjes, vier bakkerijen, vier beenhouwerijen, twee kapsters en één kapper, een schoenmaker, een winkeltje van naaigaren (dat de mooie naam droeg “Den Armen Duivel”) en natuurlijk de onvermijdbare cafés aan.  In amper twee straten waren er vijf herbergen die allemaal een vaak overlappend klantenbestand hadden en waar de spaarkas, het biljart, de kaarters en de jukebox hun vaste plaats hadden.  In de Dampoortstraat had je, op een afstand van misschien amper vierhonderd meter, de cafés “Speyen”, “Paradijs” (hoek met Paradijsstraat), “Flyer” en “ ’t Nieuw Kwartier” terwijl café “Center” in de Julius D’Hooghelaan dit vijftal vervolledigde.  Al deze herbergen hoefden nog geen snacks op de kaart te zetten om leefbaar te zijn, aan de klant die zijn eenvoudig pintje dronk hadden zij voldoende.  Het was vaak nog een pintje dat uit het flesje geschonken werd, de (gesofistikeerde) tapinstallaties waren toen immers nog niet tot elk volkscafé doorgedrongen.  Om het bier koel te houden beschikten de cafébazen over frigo’s en (grote) koelbakken.  De brouwerijen die de cafés beheerden, zoals de “Aigle-Belgica” en “ ’t Hamerken”, leverden wekelijks flink uit de kluiten gewassen ijsblokken om het bier in die koelbakken lekker fris te houden.

Langzamerhand verdwenen al deze kleine zelfstandigen uit het straatbeeld en doken meer en meer winkelketens op zoals “Welvaart”, “Végé” en andere “Grosco’s”.  Het was een evolutie die niet meer te stuiten was.  Ook in het Dampoortkwartier deed een winkel van de groep “Welvaart” zijn intrede waarop prompt, aan de overzijde, een winkel van de groep “Végé” (waar nu in de Dampoortstraat een rond punt is) geopend werd.

Die grotere winkels verdrongen de kleine kruidenierwinkeltjes voorgoed uit het straatbeeld.  Tot ze op hun beurt hun reden van bestaan verloren omdat langs de belangrijkste invalswegen supermarkten neergepoot werden…

Aan de kerk van Sint-Kruis, langs de Moerkerkse Steenweg, op een steenworp van het Dampoortkwartier, werd de concurrentie nog wat aangezwengeld toen er een winkel van de groep “Grosco” de deuren opende :

“Nog een nieuwe Grosco winkel te Sint-Kruis” : “Langs de Moerkerke Steenweg, nr. 135, juist rechtover de plaats waar het nieuw gemeentehuis van St-Kruis zal gebouwd worden, werd zaterdag door de burgemeester, in aanwezigheid van de hh. schepenen, de gemeentesekretaris, de politiekommissaris en de hh. Maenhout, groothandelaars van de voedingsprodukten GROSCO, de nieuwste winkel van voedingswaren op de gemeente geopend.  De jonge uitbaters dhr. en mevr. Gerard Louagie-Loeys, werden door dhr. de Pierpont van harte gelukgewenst met hun durvende ondernemingsgeest, die niets anders dan de handel en de nijverheid op St-Kruis op een hoger peil helpt brengen.  De bevolking van St-Kruis groeit meer en meer aan en de noodzakelijkheid van moderne voedingsbedrijven dringt zich dan ook meer op.  Aan dhr. en mevr. Louagie wensen wij alle sukses toe in hun moderne onderneming.”

In de eerste periode, van 1960 tot 1966, noemde de winkel “GROSCO”.  Van 1966 tot 1971 werd de winkel verder gezet onder de benaming “IFA”.  De gebroeders Maenhout waren telkens de leveranciers.  In 1971 werd de winkel opgenomen in de verkoopsorganisatie van de Maldegemse familie Demeyere en wijzigde de benaming in “TIP”.  In 1982 werd overgestapt op “SAKO UNIDIS” waardoor de modernste organisatie- en verkoopstechnieken meteen hun intrede maakten in deze handelszaak.

Op 26 april 1960 stapten Gerard Louagie en Lieve Loeys in het huwelijksbootje en openden korte tijd later hun Groscowinkel in het hartje van Sint-Kruis.  Op 1 februari 1992 (foto) ging het koppel met pensioen (bron heemkundesintkruis).

* Om de zoveel tijd duikt een misdadiger op die in het collectieve geheugen blijft hangen.

- In de jaren tachtig was dat bijvoorbeeld Patrick Haemers die, als leider van de “bende Haemers”, berucht werd wegens zijn gewelddadige overvallen op geldtransporten.  In 1989 werd hij internationaal bekend toen bleek dat hij oud-premier Paul Vanden Boeynants ontvoerd had.  Uiteindelijk liep hij toch tegen de lamp.  In 1993, hij was amper 40 jaar, pleegde hij zelfmoord in zijn gevangeniscel.

- Een ander voorbeeld was Freddy Horion die, samen met Roland Feneulle, op 23 juni 1979 in Sint-Amandsberg het gezin Steyaert vermoordde.  De politie ontdekte een verband met een eerdere moordzaak op een Poolse winkelierster in de haven van Gent, gepleegd met hetzelfde wapen.  Twee dagen na de moord op de familie Steyaert werd Feneulle gearresteerd, de daaropvolgende dag was het de beurt aan Horion.  Beiden werden veroordeeld voor zesvoudige moord.  Feneulle overleed in 2013, op 60-jarige leeftijd, in de gevangenis van Brugge.  Horion zit nog steeds opgesloten.

- Nog zo iemand was Norbert van Sprang, een 22-jarige Nederlandse deserteur.  Op 3 mei 1971 opende hij het vuur op een politiepatrouille die, kort na middernacht, een routinecontrole uitvoerde op de parking bij de inkom van het Knokse vogelreservaat.  Twee politieagenten, de 40-jarige Willy Debree en de 24-jarige Paul Dumare, overleden ter plaatse.  Twee andere agenten, Rigobert Devoogt en André Maenhout, raakten zwaar gewond.  Na een lange klopjacht werd Van Sprang gearresteerd.  Hij verscheen voor de krijgsraad in Arnhem waar het openbaar ministerie slechts acht jaar cel eiste !  Na fel Belgisch protest tegen deze al te milde eis werd Van Sprang uiteindelijk tot twaalf jaar cel veroordeeld.  Hij pleegde later zelfmoord in zijn cel.

- En in de zomer van 1959 leerde Vlaanderen de uit het Brugse afkomstige Sylvain D’Hoest kennen.  Hij had een hoeve in Merendree uitgekozen om er ’s nachts kalveren te stelen.  Maar hij werd betrapt door de landbouwer en zijn knecht.  Na een wilde achtervolging richting autostrade reed D’Hoest zijn belagers klem en schoot hen neer.  Landbouwknecht August De Jaegher overleed ter plaatse maar landbouwer Aimé Focquaert overleefde de schietpartij en zorgde er voor dat de dader een dag later kon opgepakt worden.  Sylvain D’Hoest slaagde er na zijn veroordeling herhaalde keren in om te ontsnappen uit de gevangenis waardoor in heel Vlaanderen telkens weer een angstpsychose ontstond.

In 1959 en 1960 was dit uiteraard een vette kluif voor de diverse kranten.  Ook “Het Brugsch Handelsblad” spendeerde de nodige lijntjes aan deze moordzaak :

“De Autostrademoorden te Loppem” : “Psychiaters verklaren Sylvain D’Hoest onverantwoordelijk ! – Raadkamer van Brugge zal dossier aan Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent overmaken.” : “De raadkamer van Brugge heeft dinsdag het aanhoudingsbevel ten laste van Sylvain D’Hoest, de moordenaar van Loppem en Merendree, met een maand verlengd.  De kamer had inmiddels kennis gekregen van het verslag van een kollege van drie psychiaters, aangesteld door het parket te Brugge om D’Hoest aan een onderzoek naar zijn geestesvermogens te onderwerpen.  Dit verslag wijst er op, dat D’Hoest aan zware geestesstoornissen lijdt, waardoor hij niet in staat is zijn daden normaal te beheersen.  De psychiaters zijn van mening, dat D’Hoest reeds in deze toestand verkeerde ten tijde van de misdaden te Loppem en te Merendree.  Op verzoek van substituut-prokureur Detandt werden aan het kollege van psychiaters nadere inlichtingen in verband met ingediend verslag gevraagd.  Van zodra men in het bezit zal zijn van deze inlichtingen, zal gans het dossier D’Hoest aan de kamer van inbeschuldigingstelling te Gent overgemaakt worden.  Deze kamer zal dan moeten oordelen, of D’Hoest al dan niet voor het assisenhof moet verschijnen, ofwel of hij moet geïnterneerd worden.”

(Marnix Knockaert)

BTW BE 0407.845.705 (VZW) - BTW BE 0554.798.824 (CVBA) - Algemene voorwaarden -  webdesign by stardekk ×