koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 212)

(periode van 1-10-1960 -> 8-10-1960)

 

Cercle

De competitiestart van Cercle had beter gekund, daarover was nagenoeg iedereen het eens.  Toch ambieerden de groen-zwarten (andermaal) de promotie.  Daarvoor zou er echter een versnelling hoger moeten geschakeld worden die ze bovendien constant(er) moesten aanhouden.  Maar om de theorie in de praktijk om te zetten diende er (waarschijnlijk) nog een lange weg afgelegd te worden.  De komst van het eerder bescheiden Union Namen kon misschien de eerste grote stap in de goede richting worden.  Vic Bergh mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion stappen om er aan het papier toe te vertrouwen wat de groen-zwarten er van bakten :

Cercle Brugge – Union Namen 2-1 : Daverende start en beslissend slot !” : “Voor de mop wordt wel eens de strikvraag gesteld “Waar zit de beste vis ?” met als antwoord : “tussen de kop en de staart” !  Met betrek tot de jongste wedstrijd tegen Union Namen zouden we ook wel eens een lichte variante hierop toepassen en vragen : “Wanneer speelt Cercle het beste voetbal ?”.  En hier zou het antwoord van de sportliefhebbers die dit treffen bijwoonden zeker éénsgezind luiden : “In het begin en naar ’t einde”.
Inderdaad kenden de groen-zwarten een ongewoon schitterende start waarbij ze de indruk lieten hun tegenstrevers met haar en huid te zullen oppeuzelen en een daverende nederlaag toe te dienen.  Het bleef echter bij één vroeg doelpunt en een strovuurtje, dat tijdens het verder verloop nog zelden opflakkerde en kort na de rust zelfs helemaal gedoofd werd door de bezoekende gelijkmaker.
Veel hoop op een tweede Brugse overwinning was er niet meer en velen namen reeds vrede met het verworven punt.  Tot er dan toch in de laatste minuten weer roering kwam in de Brugse brouwerij met Perot en Bailliu als grote bezielers.  En zie, als een “mooachingske” (*) van Jo Gerard dan toch goed uitviel waren Perot – Bailliu er als de weerlicht bij om met een tweede Cercledoelpunt het pleit te beslissen !”.

(*) “mooachingske” is een typisch Brugs woord en kan het best uitgelegd worden als een “fantasietje” (nvdr).

 

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Union Namen  2-1

- opkomst : 4 à 5.000 toeschouwers.
- terrein : in uitstekende staat.
- weersgesteldheid : steeds zon.
- leiding : ref. Dandois, goed.
- fair-play : hard maar korrekt.
- corners : Cercle 7, Namen 5.
- doelpunten : 3’ een keurige kombinatie Perot, Bailliu, Daels wordt door Jo Gerard besloten
  met een rake kopbal die tegen de zijnetten vliegt en vandaar terug in het spel komt, maar
  Buyse schiet een 2e maal binnen 1-0, 47’ Mortier weert een hard schot van Demarteau in de
  voeten van Sulon wiens hernemen geen genade kent 1-1, 84’ nadat Gerard zichzelf
  gedribbeld heeft kan hij gelukkig toch nog doorschuiven naar de inlopende Perot die de bal
  heel gevat lichtjes achterwaarts bij Bailliu doet afwijken en het is 2-1.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo
  Gerard.
- Union Namen : Nicolay, Collin, De Vos, Geelen, Marnette, Dodal, Keyeux, Tonneau,
  Sulon, Lemineur, Demarteau.


 

De merkwaardige manier van voetballen inspireerde “Dani” uiteraard tot een “Bont Beeld” voorzien van de nodige commentaar :

“Na de ontgoochelende prestatie tegen Merksem verleden week, won Cercle van Union Namen, na een eerder matte wedstrijd.  Er zal wat meer vuur in de Cercle-boy’s moeten komen indien ze dit seizoen hoger willen.”

Cerle Brugge KSV

Er meldde zich een weekend aan zonder competitievoetbal en bijgevolg plaatste Cercle een oefenwedstrijd op het programma, kwestie van het wedstrijdritme te behouden en liefst ook nog de nodige progressie aan de supporters te etaleren.  Oefenpartner was het in Brugge niet onbekende NAC Breda :

Heden zaterdag te 17 uur : Cercle – N.A.C. Breda” : “Rust roest blijkt het parool van de Brugse ploegen die van de vrije kompetitiedag gebruik hebben gemaakt om uit te komen tegen twee sterke Nederlandse formaties.  De groen-zwarten komen reeds heden zaterdag te 17 uur op het Edgard De Smedtstadion in lijn tegen het goed bekende Hollands team NAC Breda.  Het geldt hier een terugwedstrijd van de voor het seizoen reeds betwiste ontmoeting te Breda, waar de Bruggelingen een duurbevochten 1-2 overwinning afdwongen.  Het hoeft geen betoog dat de gasten, die op een sterke ploeg kunnen bogen met tal van bekende spelers, op weerwraak belust zijn zodat de Cerclespelers hun beste schoenen zullen moeten aandoen om hun sukses te herhalen.  In deze veelbelovende partij komt Cercle in lijn met haar gewone basisploeg, waarbij toch naar verluidt enkele ekspirementen zullen doorgevoerd worden.  Zo spreekt men van de jeugdige Zomergemnaar Marc Verheye een kans te geven als linksbinnen, evenals Notteboom, Locskai e.a.”  

Dat deze match tegen een sterke Nederlandse ploeg leerzaam en wellicht ook verrijkend zou zijn hoefde geen betoog.  De groen-zwarten wilden hun supporters tonen dat zij op het goede spoor zaten en de in hen gestelde verwachtingen konden inlossen.  Ook nu weer mocht Vic Bergh in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Cerclestadion stappen om er ter plaatse vast te stellen of de gekoesterde hoop op beterschap terecht was.

Cercle Brugge – N.A.C. Breda 2-6 : Gasten gaven het voorbeeld !” : “Wie zaterdag slechts aan de rust op het Cercleterrein kwam om de 2e helft van de vriendenwedstrijd tegen Breda te zien en reeds 0-4 cijfers op het skoorbord zag prijken, zal zich zeker wel hebben afgevraagd wat er gebeurd was ?  Men weet immers dat de groen-zwarten reeds op 15 oogst op bezoek gingen bij Breda en er een 1-2 overwinning boekten, zodat deze ruststand allesbehalve normaal leek.  Wie echter wel de 1e time volgde kon zeggen dat er niets abnormaals was voorgevallen, tenzij dat Cercle met haar reeds klassiek geworden tutterspelletje niet eens boven water was gekomen, terwijl de bezoekers daarentegen een demonstratie hadden gegeven van snel en rechtstreeks spel dat in het middenveld ook wel eens kort en lateraal was maar éénmaal in het doelgebied de nodige diepte had om de puntspelers te lanceren en de wankele lokale defensie uit haar hangsels te lichten.  De vier geskoorde doelpunten waren telkens het gevolg van het spelopentrekken of een vleugelverandering en we mogen er gerust aan toevoegen dat het geen één te veel was.  Mogelijk lag er wel een onoplettendheid van Mortier’s plaatsvervanger Acket aan de basis van de eerste voltreffer, maar anderzijds had hij zich weinig te verwijten.  Daarbij liet Breda nog een paar open kansen liggen wat trouwens bij de aanvang ook het geval was met Michiels en Buyse.  Kort na de rust dreigde het zelfs een volledige ramp te worden voor de thuisploeg als het even spoedig 0-6 werd, maar gelukkig zou de in de 2e helft opgestelde Notteboom voor een gunstige kentering zorgen.  Hijzelf had wel tegenslag met twee rake schoten die op de palen te pletter sloegen, doch Michiels en Daels zouden dan toch met twee degelijke voltreffers het zware vonnis milderen.  De Hollanders hadden in de eerste 56 minuten getoond hoe het moest en Notteboom, die vanuit de tribune eerst zijn maten hopeloos had zien krasselen, volgde uitstekend dit voorbeeld samen met Daels die als binnenspeler zonder enige twijfel zich doelmatiger kon uitleven dan op de hoek…”.

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – N.A.C. Breda  2-6

- opkomst : 500 toeschouwers.
- terrein : goed maar iets glibberig.
- leiding : ref. Roesbeke, kon beter.
- fair-play : kon er door.
- corners : Cercle 2, Breda 5.
- doelpunten : 3’ Geraards 0-1, 29’ Machielse 0-2, 30’ Vissers 0-3, 34’ Van Gastel 0-4, 49’
  Baas in eigen doel 0-5, 56’ Van Gastel 0-6, 65’ Michiels 1-6, 73’ Daels 2-6.
- Cercle : Acket, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels (Notteboom), M. Verheye (Daels),
  Bailliu, Buyse (Verheye), Michiels.
- N.A.C. Breda : De Ryck, Hoogerhuysse, Bogers, Hoven, Schrijvers, Luyten, Overbeke,
  Geraards, Vissers, Van Gastel, Machielse.


 

Brugge

 

* Het “Stubbekwartier” in Brugge is een enigszins onbekende en dus waarschijnlijk ook een eerder onbeminde wijk.  Ten onrechte, want achter het project dat leidde tot het “Stubbekwartier” stak een weldoordachte visie en het waren niet de minsten, o.a. koning Leopold II, die er hun schouders onder zetten om het prestigieuze opzet te laten slagen.  Tijdens de voorbije decennia werd de wijk bovendien grotendeels opgeknapt en verfraaid waardoor het er aangenaam toeven is.  Een beetje geschiedenis…
Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw kwam een eeuwenoude Brugse droom terug bovendrijven : Brugge opnieuw verbinden met de Noordzee.  Koning Leopold II was dit idee genegen en hij gaf in 1897 de gerenommeerde stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben de opdracht om Brugge naar het noordwesten uit te breiden.
Om deze ambitieuze plannen te realiseren waren er natuurlijk heel wat bijkomende arbeidskrachten nodig en al deze arbeiders en bedienden moesten ook ergens wonen.  Meteen was het “Stubbekwartier” geboren : hier zouden de honderden ambachtslui, bedienden en ambtenaren die één of andere taak vervulden bij de uitbreiding van de nieuwe achterhaven gehuisvest worden.  Zoals het een zichzelf respecterende woonwijk past waren er ook plannen om een kerk te bouwen.  De kerk is er nooit gekomen maar het huidige Werfplein, tegenwoordig het hart van de buurt, werd alvast voorzien als het voorplein van de te bouwen kerk.

Cerle Brugge KSV

Het huidige Werfplein kreeg meer dan eens een andere naam.  Zo noemde het ooit het Grondwetsplein, de Koning Albertplaats en de Werfplaats (bron foto : www.erfgoedcelbrugge.be).

Hermann Josef Stübben werd op 18 februari 1845 geboren in het Duitse Hülchrath.  Hij studeerde van 1864 tot 1870 aan de Berlijnse Bauakademie en begon in 1871 zijn carrière als “Regierungsbaumeister” voor de bouw van spoorwegen.  Van 1876 tot 1881 was hij stadsarchitect voor Aken en van 1881 tot 1898 stadsarchitect voor Keulen.  Nadat in Keulen de acht kilometer lange middeleeuwse stadsomwalling gesloopt was, ontwierp Stübben de nieuwe stadsdelen en restaureerde hij de overblijvende monumenten.  In 1884 zat hij de Havencommissie voor die de nieuwe haven van Keulen ontwierp.  Op 14 mei 1891 kreeg Stübben de titel van “Beigeordnete” als erkenning van zijn vele verdiensten bij de uitbreiding van Keulen.  Van 1892 tot 1898 was hij voorzitter van de Commissie voor de uitbreiding van Posen (tegenwoordig Poznan genoemd), een stad in het westen van Polen.  Van 1898 tot 1902 fungeerde hij als bestuurder bij de elektriciteitsmaatschappij Helios en van 1904 tot 1920 als “Geheimer Oberbaurat” in Berlijn.
Met een dergelijk goed gevuld curriculum vitae mocht het geen verbazing wekken dat hij met veel hooggeplaatste personen, niet enkel in Duitsland maar ook in het buitenland, in contact kwam.  Ook de Belgische koning Leopold II deed een beroep op hem.  Hij liet Stübben de Tervurenlaan aanleggen die moest leiden naar het prestigieuze Koloniaal Museum (nu het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika).
Ook in Klemskerke (De Haan) mocht Stübben in opdracht van Leopold II aan de slag gaan.  De koning had er een eigendom van een honderdtal hectare die hij in concessie gaf aan een vennootschap die er, volgens de plannen van Stübben, een nieuwe badplaats creëerde.  Leopold II liet Stübben verder ook nog, in een daarvoor voorziene wijk, een honderdtal villa’s in Anglo-Normandische stijl optrekken, die dan aan particuliere eigenaars in een langdurige erfpacht werden toevertrouwd.  De Brugse familie Van Caillie, die een groot aan de zee grenzend terrein in Duinbergen (tussen Knokke en Heist) bezat, deed eveneens een beroep op Stübben om aan deze nieuwe badplaats de nodige stedenbouwkundige allures te verlenen.
Ook de familie Lippens, sinds jaar en dag in één adem vernoemd met Knokke, liet Stübben een deel van hun stad, met name Het Zoute, aanpakken.  Hij ontwierp er een badplaats volgens zijn geijkte formules rekening houdend met het bestaande duinenlandschap en toverde daarrond een landelijke weidse omgeving waar mooie villa’s, ook hier weer met de voorkeur voor de Anglo-Normandische bouwstijl, hun plaatsje kregen.
Het was een openbaar geheim dat koning Leopold II een boontje had voor Brugge.  Het was dan ook niet meer dan logisch dat de vorst, toen hier aan een uitbreiding in functie van de nieuwe haven gedacht werd, een beroep deed op zijn vertrouweling Stübben.
Toch haalde de Duitse bouwkundige zich hierbij de toorn van Leopold II op de hals toen enkele honderden meters van de Brugse buitengracht werden gedempt om een betere toegang vanuit de binnenstad te hebben op de in aanbouw zijnde nieuwe noordelijke haven.  Wie hiervoor uiteindelijk de verantwoordelijkheid droeg was niet meteen duidelijk maar het was de koning hoe dan ook in het verkeerde keelgat geschoten dat het uitzicht van Brugge hierdoor grondig verstoord was.  De boze koning liet zich een hele tijd niet zien in de stad en toen hij eindelijk nog eens Bruggewaarts reisde maakte hij er een privébezoek van.  Omdat burgemeester Visart de Bocarmé liever niet geconfronteerd werd met de toorn van de vorst meldde hij zich ziek en het was een plaatsvervangende schepen die zich door Leopold II de levieten mocht laten lezen.
Het ontwerp van Stübben voor het nieuwe stadsdeel was eigenlijk vrij simpel.  Er zou een industriezone komen langs het kanaal Brugge – Oostende, een arbeiderszone in het oosten (Werfplein), een Middenstandszone centraal langs de Scheepsdalelaan en een residentiële zone in het Westen.
De riante residentiële wijk was bestemd voor de burgerij.  Dit gedeelte moest brede straten en voldoende ruimte voor bomen en groen omvatten.  Hier werd ook een nieuwe parochiekerk gebouwd toegewijd aan Kristus-Koning.

De kerk van Kristus-Koning in neoromaanse stijl werd ingewijd op 18 juli 1932 door de Brugse bisschop Lamiroy (bron foto : revue.knauf.be).

Aan de andere zijde van de Scheepsdalelaan werd een heel wat bescheidener wijk voorzien waar de arbeiders konden wonen en waar ook plaats voorzien was voor kleine nijverheid en ambachten.  De straten hoefden er niet zo breed te zijn als op Kristus-Koning maar de wijk kreeg wel enkele pleinen en veel bomen.  Het was deze wijk die de geschiedenis zou ingaan als het “Stübbenkwartier”.
 

Cerle Brugge KSV

Heel veel bedrijven en bedrijfjes hadden hun stek in deze wijk.  Om het geheugen op te frissen noemen we er hier voor de vuist enkele op.  Dit overzichtje is uiteraard verre van volledig maar bij de Bruggelingen die reeds een dagje ouder zijn zal er wel een belletje rinkelen bij het lezen van die vertrouwde namen : de “Gasfabriek” (het latere Electrabel) langs de Scheepsdalelaan, “Bloemmolens Dewulf” (Kolenkaai), “Kolenhandel Gaston Van Biervliet” (Leopold II-laan), “Brugsche koffiebranderij De Zon” van Petitjean-Sanders die ook nog “Koloniale Waren” verhandelde (Leopold II-laan), maalderij “De Nieuwe Molens” (Kolenkaai), pompstation “Van Biervliet & Zonen” (Leopold II-laan), kistenmaker “Ackaert” (Werfstraat), schrijnwerkerij “Albert Van Damme” (hoek Werfstraat en Leopold II-laan), schroot- en afvalbedrijf “Emile De Buyser” (Werfstraat, toen nog de Generaal Lemanstraat), drukkerij-boekbinderij “Beyaert” (Werfstraat), limonadehandel “Flandre” (Werfstraat), horticultuur “Verriest” (hoek Scheepsdalelaan – Werfstraat),…

Cerle Brugge KSV

In het “Stübbenkwartier verrezen heel wat industriële gebouwen zoals de “Bloemmolens Dewulf” (uit 1912) langs de Kolenkaai (bron foto : beeldbank Brugge).

Vanaf 1920 deed Stübben het rustiger aan.  Hij had tenslotte zijn sporen reeds ruimschoots verdiend en hoefde niets meer te bewijzen.  Hij overleed op 8 december 1936 op 91-jarige leeftijd in Frankfurt am Main.

Hermann Josef Stübben (° 10 februari 1845 - + 8 december 1936) (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

In 1960 was de wijk toe aan een nieuw wegdek.  Dat met de correcte naam van deze buurt vaak een loopje genomen werd en wordt zal geen verbazing wekken.  Geen enkele Bruggeling zal het waarschijnlijk ooit hebben, in de veronderstelling dat zij de naam van de wijk kennen, over het “Stübbenkwartier” of de “Stübbenwijk”.  De juiste naam wordt steevast verwrongen tot “Stubbekwartier” of “Stubbewijk”.
In “Het Brugsch Handelsblad” vonden wij over de broodnodige aanleg van een nieuw wegdek onderstaand artikel terug :

Herbestrating van Stubbewijk begonnen” : “Reeds op het einde van vorige week is men begonnen met de herbestrating van de zogenaamde Stubbewijk. In de Generaal Lemanstraat (*) werden de voetpaden opengelegd om nieuwe gasleidingen te leggen.  Van daaruit breidde deze hernieuwing zich tot de andere straten uit.  In dezelfde straat werd ook reeds een strook kasseien door de bulldozer van de firma Blanckaert uitgebroken, ten einde de asfaltering van het wegdek voor te bereiden.  Naar verluidt zou men niet in alle straten tot het verwijderen van de kasseien overgaan en op sommige plaatsen rechtstreeks op de oude kasseien asfalteren, zoals in de Julius en Maurits Sabbestraat.  Deze werken zijn in elk geval zeer welkom, want het wegdek aldaar behoorde tot het slechtste van zijn aard in de stad Brugge.”.

(*) De Generaal Lemanstraat in de “Stübbenwijk” werd gewijzigd in de Werfstraat bij het tot stand komen van Groot-Brugge (1971).  De vroegere deelgemeente Assebroek had reeds een Generaal Lemanlaan (die behouden bleef) en om verwarring te vermijden kreeg de Generaal Lemanstraat in Brugge een nieuwe naam (nvdr).

* Destijds, maar dat is ondertussen toch ook alweer een pak jaren geleden, stond er op het voetpad aan de Sint-Salvatorskathedraal een aubette.  In die aubette, eigenlijk een winkeltje op wielen dat het midden hield tussen een frietkot en een strandkar, verkocht Flavie kranten, tijdschriften, gidsen, stadsplattegronden en ansichtkaarten.  Die aubette en natuurlijk ook Flavie maakten doodgewoon deel uit van de Steenstraat.  Als je daar passeerde, als dat tenminste op een deftig uur gebeurde, dan zag je daar Flavie zitten.  Ondertussen zijn Flavie en haar aubette reeds lang uit het straatbeeld verdwenen maar de herinnering bleef.  In 1960 verscheen er in “Het Brugsch Handelsblad”, gespreid over twee weken, een artikel rond Flavie want dat jaar tekende zij reeds 25 jaar (!) present in haar aubette.  We kozen een klein fragmentje uit dat voldoende illustreert hoe belangrijk de aanwezigheid van Flavie was en dat iedereen met veel plezier met haar een praatje maakte :

25 jaar Flavie” : “Feitelijk weten er niet zo heel veel mensen, hoe ze eigenlijk heet met haar familienaam.  Zij staat in gans Brugge bekend als Flavie tout court, Flavie van ’t gazettekotje bij Sint-Salvators.  Zij huizeniert daar winter – zomer van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur.  Iedereen springt daar af of staat daar stil, om ’t vers nieuws te kopen : werklieden in de vroege nuchtend, die voor hun werk nog de sportverslagen willen lezen, juffrouwen die van Sint-Salvators komen en een babbeltje slaan over ’t weder of de dierte van ’t leven pratend met die ingoe vriendelijke Flavie, die lacht lijk een verse paptoarte, dat ge geen oogskens meer ziet en vertelt rap en vele lijk een ekster.  Professors van Saint Louis (*) blijven daar staan om samen met hun gazette de stand van zaken op de parochie te vernemen en later op de voormiddag zijn het de gezeten burgers op pensioen, die om ’t nieuws van de beurs komen. Want ge moet daar lijk blijven staan, willen of niet bij dat gazettekotje dat daar zo middeleeuws dwars over ’t voetpad staat.”.

Cerle Brugge KSV

Flavie in haar aubette aan de Sint-Salvatorskathedraal (bron foto : beeldbank Brugge).

Iedereen kende Flavie en toch kenden slechts weinigen Flavie echt.  Wie was zij ?  Waar woonde zij ?  Waar kwam zij vandaan ?  Het kon een programma avant la lettre van Paul Jambers geweest zijn !  Mits een beetje zoeken en speuren ontdekte ik een humoristische tekst van de hand van Denis Vermeire waardoor het mysterie rond Flavie toch een beetje ontrafeld wordt.  Deze tekst verscheen in “Vierkant” (oktober 2016), een publicatie van Woonzorgzone Curando West.  Ik wou de Shotlezer dit leuke stukje leesvoer niet onthouden en geef het met plezier integraal weer.  Geniet er van !

FLAVIE VAN D’AUBETTE VAN SINT-SALVATORS - In de Steenstraat, aan de kerk van Sint-Salvators, ongeveer waar er nu een paar autobushokjes staan, was er vroeger een krantenkiosk.  Die heette “d’ Aubette van Sint-Salvators”.  Die kiosk was een soort kar op wielen en werd gewoon “d’Aubette” genoemd.  De uitbaatster was dikke Flavie, een mens van minstens honderd kilo, droog gewogen.  Als kind heb ik mij altijd afgevraagd : hoe geraakt Flavie in hemelsnaam in haar gazettekot ?  En dat mens moet toch ook een keer ‘pipi’ doen ?  Nooit heeft mij iemand een antwoord aangereikt.  Iedereen kende Flavie.  Maar niemand wist waar ze vandaan kwam, hoe ze noemde en waar ze woonde !  Daarom : de historie van ‘t leven van Flavie van d’Aubette van Sint-Salvators.
Flavie Jonckheere, is in Brugge ‘aangespoeld’ gelijk dat ze zeggen.  Ze is geboren in Zande, als dochter van August Jonckheere en Marie Odaert.  Flavie is kort vóór de eerste wereldoorlog, in 1911, komen dienen bij Juffrouw Heule, een welstellende dame die op het kerkplein op Sint-Anna woonde.  Rijke dames hielden er in die tijd een dienstmaagd op na.  Die deed voor hen het huishoudelijk werk, ze ging de commissies doen en soms was ze ook wel eens een beetje de gezelschapsdame van madam.  Sommige diensters werden met de tijd een stuk van ’t meubilair en zelfs halve familie.
d’Aubette van Sint-Salvators stond er reeds van vóór de eerste wereldoorlog en werd vele jaren uitgebaat door een zekere Achiel Creyf.  Hij verkocht er gazetten, postzegels, revue’s (zoals ze de boekjes vroeger noemden) en je kon er ook tabak krijgen.  Voor de zeldzame toeristen waren er ook postkaarten met “vue’s” van Brugge.
Flavie was echter door en door christelijk.  In zoverre zelfs, dat niet-katholieke gazetten en boeken werden geweerd.  Die ongelovige brol kwam haar aubette niet binnen !  Ze had het dan ook niet begrepen op de klanten van “Het Volkshuis”.  Dat was het lokaal van de socialisten dat rechtover haar aubette, op de hoek van de Zilverstraat was gevestigd.  Daar werden “Het Werkerswelzijn” en het “Vlaams Weekblad” uitgegeven !  Twee socialistische gazetten die samen met “De Volksgazet” verboden waren in haar aubette !
Met schunnige boekjes was het zuuste van ’t zelfde…  Te veel bloot op de omslag en ’t boekje was veroordeeld tot de vuilbak !  De leerlingen van de Brugse scholen uit de buurt durfden Flavie al eens “den duivel aandoen” !  Met een paar kwamen ze dan vragen naar een ‘raar’ boekje of een gewaagd stationsromannetje.  Dan was ’t kot te klein !!  Niet zelden werd de prefect van de school later op de week, bij het ophalen van z’n krant, ingelicht.  Zelfs met de persoonsbeschrijving erbij van de kleine smeerlaptjes die Flavies zieleleven in gevaar hadden gebracht !
Schuin over Flavie’s Aubette was er de koffiebranderij van “De Groof”.  Een heel erg drukbeklante zaak die van overal in de streek gekend was.  Elke zaterdagmorgen, toen de verse koffiebonen in de winkel werden gebrand, zweemde er over de hele buurt een zalige geur van versgebrande koffie !  Zaaaalig !  Dan was Flavie in haar beste doen.
Haar aubette draaide als zot.  Vaste klanten kwamen er hun wekelijkse lectuur ophalen maar ook de Brugse nieuwtjes gingen er over de toonbank.  De lotjes van de “Koloniale Loterij” die in Flavie’s aubette verkocht werden, hadden wellicht speciale, magische capaciteiten.  Ze waren in elk geval zeer geliefd bij de Bruggelingen.  Ook mijn vader trok elke week naar Flavie voor zijn lotjes van de ‘Koloniale Loterij”.  Nooit is hij er één frank rijker mee geworden !
Flavie woonde in de Katelijnestraat 1.  Maar direct na de oorlog, op 10 juli 1945, nam ze haar intrek in Sint-Salvatorskerkhof 21.  Dat was dichter bij haar aubette en vooral ook dichter bij haar kerk.  De kathedraal van Sint-Salvator.
In 1960 werd ze gevierd door de commercanten van de Steenstraat voor het zilveren jubileum van haar uitbating.  Ze kreeg een “boekee” bloemen en een omhelzing van Meneere Machiels, de voorzitter van de gebuurtekring van de Steenstraat.  Flavie bloosde en zag ’n beetje rood van “alterasie”.  Wie had dat gepeinsd … een kus van de voorzitter !!!!  “Wat goan de menschen zeggen” prevelde ze…
Helaas, vijf jaar later, in augustus 1965, moest ze wegens ziekte haar aubette vaarwel zeggen.  Het ging niet meer…..  Het deed haar raar.  Ze miste haar klanten die inmiddels vrienden en kennissen geworden waren.  Sommigen waren zelfs halve familie !  In haar woning hield ze zich bezig met haar grote postzegelverzameling.  Zij was immers een verwoed verzamelaarster en beschikte over een unieke, grote collectie zeldzame postzegels.
Flavie Jonckheere overleed in de kliniek van de Zwarte Zusters langs de Spaanse Loskaai in Brugge op maandag 16 september 1968.  Ze werd 75 jaar.  En d’Aubette van Sint-Salvator hoor ik je vragen…  Die verdween uit het straatbeeld en verhuisde naar de tuin van haar erfgenaam, een neef in Snellegem.  Hij maakte er een duivenhok van !  Zou Flavie het geweten hebben ?”.

Internationaal

* Toen Duitsland de Tweede Wereldoorlog definitief verloren had beseften vele voormalige kopstukken van de Nazipartij dat de jacht op hen open verklaard was.  Proberen te ontsnappen zou niet van een leien dakje lopen.  De Rijkshoofdstad Berlijn was omsingeld door de Russen en nagenoeg hermetisch afgesloten en in West-Europa zwaaiden de geallieerden de plak.  Velen werden gevangen genomen en kregen een proces, anderen pleegden zelfmoord om aan hun noodlot te ontsnappen.
Vaak hoorde men in de naoorlogse jaren berichten over voormalige nazikopstukken die (vooral) in Zuid-Amerika opdoken.
ODESSA, wat voluit Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen betekent, was een netwerk van voormalige SS-officieren en –sympathisanten die onder leiding van de gewezen SS-Standartenführer Otto Skorzeny hoge nazi’s hielp ontvluchten uit het door de geallieerden veroverde Europa.
Van SS-Hauptsturmführer Josef Mengele, de “Engel des doods”, is met zekerheid geweten dat hij na de oorlog in Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië verbleef waar hij in 1979 overleed.
Een andere figuur waarover vaak geruchten de ronde deden was Martin Bormann.  Hij werd op 17 juni 1900 in het Duitse Wegeleben geboren.  De jonge Bormann was een goede student maar in 1918 verkoos hij het Duitse leger boven studeren.  Na de oorlog kwam Bormann in extreemrechtse middens terecht en in 1922 werd hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem nationalistisch en antisemitisch korps, dat zich kantte tegen de Weimarrepubliek.  Op 17 februari 1927 werd Bormann lid van de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij) van Adolf Hitler.  Al snel werkte hij zich op in de partijhiërarchie en in 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung.  Na de machtsovername in 1933 benoemde Adolf Hitler hem tot partijorganisator en schatkist bewaarder.  Vanaf 1933 zetelde Bormann in de Rijksdag.
Een belangrijk kenmerk van Marin Bormann was dat hij nooit op de voorgrond trad maar toch altijd heel prominent aanwezig was.  In feite was Bormann de secretaris van Rudolf Hess die de tweede belangrijkste persoon in de partij en de plaatsvervanger van Hitler was.  Nadat Hess in 1941 naar Groot-Brittannië vloog en er gevangen werd gezet stelde Hitler Bormann aan als zijn privésecretaris.  De Führer had een grenzeloos vertrouwen in Bormann die een fenomenaal geheugen had en onwaarschijnlijk stipt was.  In 1943 werd Bormann partijsecretaris.  In juli 1944 pleegde kolonel Claus von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler.  Omdat er bij die aanslag een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken waren verloor Hitler zijn vertrouwen in het leger.  Hij was enkel nog overtuigd van de loyaliteit van de SS en van de partij.  Op die manier werd Martin Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, één van de machtigste figuren van het Derde Rijk.

Cerle Brugge KSV

(bron foto : Wikipedia)

Bormann bleef zijn Führer trouw en vergezelde hem naar de Berlijnse Führerbunker.  In zijn testament van 29 april 1945 omschreef Hitler Bormann als zijn “loyaalste partijgenoot” en stelde de Führer hem aan tot zijn testamentair executeur.  Na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 ondernam Martin Bormann, samen met enkele getrouwen, op 2 mei een uitbraakpoging.  Het was zijn bedoeling om zich in Flensburg bij admiraal Karl Dönitz te voegen die, als opvolger van Hitler, de nieuwe president van het Derde Rijk was geworden.
Via onderaardse riolen bereikten Bormann en de zijnen de Friedrichstrasse waar ze in een vuurgevecht terecht kwamen en elkaar in de verwarring kwijt geraakten.

Niemand wist met zekerheid te zeggen wat er met Bormann gebeurd was.  Artur Axmann, de leider van de Hitlerjugend, verklaarde tijdens het proces van Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann had zien liggen.  Erich Kempka, de chauffeur van Hitler, verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer gezien had en hij aannam dat Bormann, gezien het over een zeer zware ontploffing ging, dood was.
Was Martin Bormann inderdaad dood ?  Of was hij toch kunnen ontsnappen ?  In “Het Brugsch Handelsblad” lazen we het volgend artikel :

Martin Bormann zou in Argentinië opgedoken zijn” : “Na de oplichting van Eichmann, de Jodenverdelger, door Israëlische agenten, werd beweerd, dat ook Martin Bormann, Hitlers laatste plaatsvervanger en sekretaris van de NSDAP in het land van ex-diktator Peron onder een valse naam zou leven.  Het is een feit, dat in Argentinië veel oud-nazi’s een onderkomen hebben gevonden met behulp van de Peron-diktatuur.  Donderdag werd te Zarate nabij Buenos Aires een man aangehouden, die sprekend op Martin Bormann gelijkt, doch er… 10 jaar jonger dan zijn berucht evenbeeld –voor zover hij dus Bormann zelf niet is– uitziet.  Hij ziet er 50 uit, terwijl Bormann er thans 60 zou moeten zijn.  Bormann verdween spoorloos uit het brandend Berlijn bijna vlak voor de intocht van de Russen in 1945.  Walter Flejer, aldus de man, die op Bormann gelijkt, zou echter volgens zijn werkgevers reeds sinds 1944 in Argentinië verblijven, zodat hij Bormann niet kan zijn, vermits deze eerst in 1945 Duitsland zou verlaten hebben, bijaldien hij werkelijk is ontsnapt.  Het mysterie Bormann is dus niet opgelost en a fortiori het mysterie Hitler ook niet.  Voor alle zekerheid stuurde Bonn een dokument met vingerafdrukken van de vermiste Nazileider naar Buenos Aires ter vergelijking.”.     

Dergelijke berichten waren schering en inslag.  Zelfs van Hitler werd op een bepaald moment beweerd dat hij niet in Berlijn gestorven was maar ondergedoken in Zuid-Amerika leefde.  Uiteindelijk bleek dat Artur Axmann en Erich Kempka de waarheid hadden gesproken.  Martin Bormann was inderdaad bij de granaatontploffing om het leven gekomen.  In december 1972 waren er bouwwerkzaamheden aan de gang nabij de Berlijnse Tiergarten, op de plaats waar Bormann voor het laatst gezien was.  De arbeiders stootten er op twee skeletten.  Tijdens het daaropvolgend onderzoek vond men op beide skeletten sporen van cyanidecapsules terug.  Veel nazi’s beschikten over dergelijke capsules met cyanide (een zeer snel werkend gif) om, als zij gevangen genomen werden, zelfmoord te kunnen plegen.  Bovendien kon men achterhalen dat één van beide skeletten het juiste postuur en de juiste leeftijd had om Bormann te kunnen zijn.  Na de autopsie bleken de gebitsgegevens en andere specifieke details overeen te komen met de gegevens waarover de Duitse overheid in hun archieven beschikte.  Op basis van al die informatie besloot Duitsland om Martin Bormann in april 1973 officieel dood te verklaren.  In 1998 konden de onderzoekers DNA-materiaal vergelijken met dat van familieleden en met zekerheid concluderen dat één van de in december 1972 gevonden skeletten dat van Martin Bormann was.  Nu het onderzoek definitief kon afgesloten worden besloot men, op verzoek van de familie, de botresten te cremeren.  De as werd op 16 augustus 1999 boven de Baltische Zee uitgestrooid.

De schedel van Martin Bormann die bij bouwwerkzaamheden werd opgegraven op de plaats waar hij het laatst gezien was (bron foto : ww2gravestone.com).

 

(Marnix Knockaert)

Cerle Brugge KSV

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Langs de lijn - Respect !?

Vooraf even dit: SHOT-online poogt u vanaf heden terug regelmatig artikels aan te bieden zoals “Langs de lijn”, “Retro”, “Cercle en Brugge door de jaren heen”, “Schijnwerpers op”, spelersinterviews, enz…
Door de vernieuwing van de website waren (zijn) nog niet alle mogelijkheden voorhanden voor onze rubrieken.  Vandaar dat het windstil bleef uit deze hoek.  We hopen de groene wind terug in de zeilen te krijgen en u af en toe te vergasten op een stukje Cercle-literatuur uit eerste hand.  Geloofwaardig dus.

Hoewel het voorgaande ook een reflectie geeft op de titel, over naar het onderwerp nu.  In het “Astridpark” te Anderlecht, dus niet de “Bottanieken hof” te Brugge alwaar de nieuwe supportersvereniging “Cercle 8310” in l’ Estaminet hun lokaal vindt, schalde voor de wedstrijd een oproep door de luidsprekers om respect te tonen voor de scheidsrechters, “want zonder scheidsrechters is er immers geen voetbal”, klonk het.

Terecht, maar door het optreden van “BV” en co op 15 maart 2015 was er ei-zo-na heel wat minder voetbal in Brugge. De scheidsrechter in kwestie toonde zich in latere wedstrijden van Cercle, op zijn zachtst uitgedrukt, ook geen groene fan.

Waar ik naartoe wil in mijn betoog, is niet het al dan niet letterlijke proces van ene of andere scheidsrechter maken, maar wel volgende bedenking t.o.v. de media:
Naar analogie met de oproep van de Anderlechtse stadionomroeper, schrijf ik, bij gebrek aan micro, tot de Belgische pers: “heb respect voor de niet G5 (+ Antwerpse ploegen of YR KV Mechelen, die wel alle aandacht krijgen), want zonder de “kleinere ploegen” is er ook geen voetbal …”.

Het is schrijnend hoe de media zich prostitueren voor ploegen met een grote aanhang.  De verkoopcijfers natuurlijk…  Spijtig ook voor de journalisten die “teamwatcher” zijn van een “kleinere ploeg”.  Ondanks hun inzet worden ze karig beloond met een klein stukje in de krant.

Als Cercle dan al eens tegen één van de “toppers” speelt in een thuiswedstrijd, is 95 % van het krantenverhaal gewijd aan de tegenpartij of de Europese match die ze gespeeld hebben of nog moeten spelen.  U kent het wel.

Als Cercle drie centrale verdedigers moet missen, om maar één recent voorbeeld te geven, hebt u een vergrootglas nodig om dit in de media te lezen/horen.  Zelfs Hercule Poirot of Sherlock Holmes zouden er een flinke kluit aan gehad hebben.
Oh wé, bij de toppers in dergelijk geval.  Twee pagina’s, vijf dagen lang.

Afin, ik hoef het u eigenlijk niet te beschrijven, u merkt het zelf dagelijks op.

Er zijn er die nog verder gaan.  Na de goede start van Cercle dit seizoen kwamen er een reeks nederlagen tegen “toppers”.  Na dit puntenverlies schreef journalist “NP” (er staat net een “s” te veel in zijn naam om de vergelijking te maken met het “vergif” uit zijn pen) “dat Cercle nu langzaamaan op de plaats komt waar het thuishoort”.  Objectiviteit!?

Een ander thema is, wat onze voorzitter ook reeds aanhaalde, het voortdurend verwijzen naar “satelietploeg van Monaco”.  Het woord “huurling” is schering en inslag.  Bij geen enkele ploeg in de Belgische competitie die in handen is van een buitenlander (en er zijn er zeer veel), komt dit aan bod.  Plat clichégebruik, copy/paste en in replay mode.  Ook dat is blijkbaar hedendaagse journalistiek.

Dus, heren hoofdredacteuren, gedenk: “zonder de ‘kleine ploegen’ is er geen voetbal!”  Respect voor iedereen dus, respect dat zich vertaalt in de nodige aandacht op uw nationale pagina’s/zenders.

Calimero-gevoel?  Neen!  Realiteit? Ja!
 

 

Georges Debacker
Hoofdredacteur SHOT-online
30.10.2019

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Serge Gakpé

Op de dag van de vrijwilliger had ik in de statige beheerraadzaal van Cercle Brugge een interview met Serge Gakpé.  Serge ontpopte zich tot een aangename en enthousiaste gesprekspartner.  Met zijn 31 lentes heeft hij er al een goed gevulde carrière op zitten.  Bovendien is hij een speler die eerder naar boven kijkt, dan naar beneden.  Al nuanceert hij het toch wel snel door te stellen dat het behoud de eerste bezorgdheid is en dat daarna PO I misschien in het vizier komt.  Het relaas van een aangenaam gesprek.  

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met … de Beloftencoach

Praatje met ... de Beloftencoach


 Jimmy De Wulf

 


Ambitie


De link Jimmy De Wulf/Cercle telt 10 jaar.  Jimmy was vijf jaar A-kernspeler (2003-2008, 148 wedstrijden) en is na nog omzwervingen bij KVO, in Cyprus en in Koksijde, ondertussen vijf jaar actief als trainer bij  Groen-Zwart.
Die trainersjaren mogen als een succes beschouwd worden.  Om die reden, en de opnieuw mooie prestaties dit seizoen van de Beloften, maakte ik op vrijdag 8 februari een afspraak met Jimmy in café “Calvarieberg”, kortbij zijn deur en zoals het past, zeker met de derby in het vooruitzicht, binnen de Brugse stadswallen.
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Nico Clauwaert

SHOT sprak met …


Nico Clauwaert

Er prijkt een naam op het shirt van Cercle. Met ‘Napoleon Sports & Casino’ vond de Vereniging een hoofdsponsor voor dit en volgend voetbalseizoen in de hoogste klasse van het Belgische voetbal. We spraken met Nico Clauwaert, die er het luik ‘sports partnerships’ bij Napoleon Sports & Casino onder zijn hoede heeft, en polsten naar de redenen voor en de toekomst van de samenwerking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Adama Traoré

Een gesprek met onze malinese middenvelder

 

‘Cercle Brugge is de juiste stap in mijn carrière’

Daags voor het ontslag van coach Laurent Guyot, op de dag van de Arbeid, had ik een gesprek met Adama Traoré.  De 23-jarige Malinese middenvelder streek in januari neer aan de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Hij was enkele keren basisspeler, maar had ook last van wat blessures.  Het relaas van een aangenaam gesprek. 

 

Lees meer