koop tickets online

Retro - Bram Vandenbussche

Retro

Bram Vandenbussche
 

"Voetbal: oorlog of feest?"


Hoelang, lezer, heb je Bram Vandenbussche in Cercleshirt zien strijden op het groene veld?  Zelfs meer dan twintig jaar is niet uitgesloten!  Naar zijn eigen zeggen, deed hij dat “met het mes tussen de tanden”.  Wat vermoed je dat hij antwoordde op de vraag of voetbal oorlog is of feest?  Ik heb die vraag al aan heel wat ex-Cerclespelers gesteld, maar Brams antwoord was uniek.  Spitsvondig was het, maar vooral knap.  Dat hoeft je niet te verwonderen, want net als Eddy Snelders is Bram ‘niet de eerste de beste’.  En zo zadel ik je voorlopig met twee open vragen op: wat komt Eddy Snelders hier te doen in dit interview, en wat was dan wel Brams antwoord op de gestelde vraag?  Wel zoals een match geen seconde eerder ten einde is dan wanneer de ref affluit, zo ook kom je pas bij het eindpunt van de slotbeschouwing alles te weten dat Bram te vertellen had…

Het zag er eerder beroerd uit voor Groen-Zwart toen het op 14 februari 2005 naar het Kiel trok om er Beerschot te bekampen.   Bij Cercles tweede jaar in Eerste na de promotie halfweg 2003 dreigde de degradatiezone dichtbij te komen, en niet alleen voor de nieuwe trainer, Harm van Velthoven, was het bijzonder belangrijk niet verder naar die gevarenzone af te glijden.   Bram, is die wedstrijd op Beerschot vast in je geheugen blijven steken?
 

Samen met de promotie bijna twee jaar voordien en de viering ervan op de Brugse Markt en alles eromheen, is de match waar je het over hebt iets wat nog in mijn geheugen gegrift is.  Mijn schoonmoeder heeft bergen documentatie over mijn Cerclecarrière bijeengesprokkeld, maar die heb ik niet nodig om de beslissende beelden van die match opnieuw voor ogen te zien.   Beerschot opent de score: 1-0.   Jan Masureel stelt gelijk: 1-1.  We komen weer op achterstand: 2-1.  ‘Smetje’ brengt de bordjes opnieuw in evenwicht: 2-2.  En wat lukt mij in de 88ste minuut?   Op corner schiet ik de bal in de verste kruising, 2-3!   Een gouden zaak was dat voor ons team, voor spelers,  trainer en supporters.  En een lofzang was het op Cercles jeugdopleiding: driemaal raak, driemaal door een eigen jeugdproduct!

Cerle Brugge KSV

Het ontging ook de pers niet dat drie volbloed jeugdspelers van Groen-Zwart dit hadden klaargespeeld.  Jarenlang heeft na de wedstrijd een krantenartikel met een foto van het succesrijke trio uitgehangen in een vergaderzaal van Jan Breydel.  Vandaar dat het ook mij levendig bijgebleven is.   Op  blz. 83 van “115 jaar Cercle Brugge in een notendop” tref ik een foto aan waaronder te lezen staat: “Drie van eigen kweek”.  Jij bent één van de drie, maar de andere twee zijn niet de andere doelschutters van op Beerschot.  Het zijn Frederik Boi en Denis Viane.  Blijkbaar kon Cercle trots gaan op  een vruchtbare kweekvijver!


Hoe komt het dat ik als 6-jarig kind een voetballertje bij Cercle werd?  Mijn vader was toen niet zo ‘groen’ als hij nadien geworden is, maar hij zag hoe enthousiast ik tegen de bal trapte en hij kende de goede reputatie van Cercles Voetbalschool.  Ik heb alle jeugdreeksen doorlopen, van ‘voetbalschool’ naar preminiem, miniem, cadet, scholier, junior, reserve, eerste.

Cerle Brugge KSV

 Dat was heel normaal toen.  Het leek wel automatisch: iedere 2 jaar een nieuwe categorie.  Tegenwoordig ziet het er heel anders uit.  Niet alleen is er een andere indeling in categorieën, van U(nder)-8 tot U-21, maar er wordt nu ook streng geselecteerd.  Zoontje Matizze heeft nu één jaar Cercle achter de rug.   Zoals bij alle jeugdspelers kwam het erop aan rond Kerstdag en rond Pasen een positieve evaluatie te hebben, want ieder jaar vernemen U-spelers en -spelertjes dat het bij Cercle niet langer kan.  Dat kan zwaar aankomen.  Vóór Cercle was Matizze al drie jaar bij Varsenare aangesloten, en, jawel,  bij ‘de Groentjes’ heeft hij tijdens dat eerste jaar toch wel laten zien dat het met zijn voetbalgenen niet slecht zit…  Hij heeft natuurlijk het voordeel dat ik hem soms wat kan bijsturen, dat ik hem erop kan wijzen wat hij goed doet en wat beter kan.

Goed zo.  Prima.  Eerste klas.  Maar, toch wel, opgepast!  Wat vertelt Kristof Snelders in het vorige Shotinterview van een oud-Cerclespeler?  Dat hij het altijd op de heupen kreeg als zijn vader rond het veld stond.  Altijd, van kindsbeen af, was het voor Kristof een opluchting als zijn vader niet kwam ‘supporteren’.  Waar ook zoonlief  in de buurt van de bal kwam, vaders stem klonk hem zo luid in de oren dat hij er al zijn zelfvertrouwen bij verloor.  En, ja, Kristofs vader, dat is niet de eerste de beste, hé, dat is Eddy Snelders!

Geen paniek!  ‘k Ben ik ook de eerste de beste niet.  Ik weet maar al te goed hoe belangrijk zelfvertrouwen is voor een voetballer, en dat niets meer stimuleert dan positieve feedback.  Neen, van goedbedoelde maar terneerdrukkende kritiek zal Matizze niet veel te klagen hebben. Wat wens ik voor Matizze bij Cercle?  Juist hetzelfde als wat hij verlangt: dat hij samen met vriendjes met veel plezier kan voetballen.

Je hebt meer dan 200 officiële wedstrijden in Cercles eerste elftal gespeeld, Bram.  Als verdediger scoorde je tijdens je eerste veertig matchen zes doelpunten, daarna trof je  slechts negen keren raak in 166 beurten.   Het eerste is merkwaardiger dan het tweede, maar het verschil tussen beide is toch bevreemdend.  

Scoort een spits het ene seizoen twintig goals en het volgende slechts vijf, dan is dat een kwestie van zelfvertrouwen en van gebrek eraan.  Denkt hij al vóór hij trapt of kopt: “ ’t Zal weer niet lukken,” dan is dat heel wat anders dan als hij de bal op dat moment al tegen het net ziet vliegen.  Natuurlijk komt er nog meer bij te kijken.  Speelt zijn ploeg defensief of aanvallend?  In hoever moet hij meeverdedigen?  Hoe dikwijls wordt hij aangespeeld?  Het aantal kansen dat hij krijgt in een match en hoe fris hij zich al dan niet vooraan kan uitleven, dat speelt vanzelfsprekend een grote rol.  Bij mijn vroege doelpunten waren er wel een paar penalty’s, maar vooral was het me toen toegelaten als verdediger mee naar voor te trekken op stilstaande fases, vooral op momenten dat we achterstonden.  Ik kon geregeld een balletje doorkoppen, en dus ook wel zelf eens raak treffen.

Je hebt jezelf altijd als een verdediger gezien?

Ja, zeker, en dat was ik ook.  Het best was ik als centrale verdediger.   Mijn capaciteiten lagen helemaal in die lijn. ‘k Was redelijk groot, vooral kopbalsterk, en stevig in het tackelen en bij duels.  ‘k Heb bij Cercle vier trainers gehad, maar het meest had Dennis van Wijk het voor het type speler dat ik was.  Ik was een karakterspeler, moest het van mijn gedrevenheid hebben, van mijn ‘over-mijn-lijk’-mentaliteit.  Daarnaast mag ik ook wel zeggen dat ik een teamspeler was, geen zoeker naar persoonlijk succes, en dat ik een goed aanvoelen had van mijn juiste positie tijdens het spelverloop.

Cerle Brugge KSV

Het was ook Dennis van Wijk die je als negentienjarige binnenloodste in Cercles Eerste Elftal?

Inderdaad, en dat was niet evident.  Ik had maar weinig bij de beloften gespeeld, en zozeer had Dennis het voor mijn manier van spelen dat ik halfweg december 2000 als invaller geselecteerd werd voor de thuismatch tegen Maasland.  Tijdens de opwarming kwetste Bapupa zich, en nadat ik mezelf nauwelijks opgewarmd had, stuurde Dennis me  meteen het veld op.  Dat was zo kwaad nog niet, ‘k had niet eens de tijd gehad om mezelf zenuwachtig te maken!  En ’t viel mee.  Voor mezelf althans, ik speelde een goeie match.  De uitslag werd echter 1-2.  Ja, alleen aan mijn kant deed er zich meeval voor.  Bapupa bleef tamelijk lang geblesseerd, en Cercle had geen vervanger achter de hand.  Dat een speler van de eigen jeugd Bapupa’s plaats blijkbaar kon innemen, was dan ook interessanter dan veel centen uit te geven voor een inkomende transfer.  Een win-win situatie: ik kreeg mijn kans én Cercle een goedkoper alternatief.

Ja, het was een nuttig proefstomen voor jou.  Je speelde zes matchen voor het seizoen ten einde was, maar je sloot het jaar erna af met, asjeblief, 40 eenheden op je teller!  Dat waren dan 38 competitiematchen en twee voor de beker.

Dat was het jaar voordat we promoveerden naar Eerste.  Ik kom aan 40 doordat we dan ook aan de eindronde deelnamen.  We namen een degelijke start maar eindigden als laatste …  Na dit seizoen kwam Jerko Tipuric Dennis van Wijk vervangen.

En het lukte!  Na zes jaar vagevuur werd Cercle kampioen, kon het de verloren positie in Eerste weer opnemen.  Hoe komt het dat het nu eindelijk wel ging?
 

Cerle Brugge KSV

Blijf nog even bij het seizoen vóór de promotie, je vergeet iets te vragen!   Kijk even rond, wat zie je daar op de schouw?  En of ik er fier op ben: Cercles ‘gouden schoen’!  Ja, de Groen-Zwarte supporters bekroonden mijn inzet op het groene veld met winst in de Pop-poll.  Maar kampioen, inderdaad, werden we pas het volgende jaar, onder Jerko.  Waaraan we dat te danken hadden?  Aan betere spelers, aan meer kwaliteit.  ‘Brommertje’ Borkelmans, de Deen Ole Budtz en de vaardige Tsjech Roman Vonasek waren kwaliteitsinjecties bij het begin van het seizoen. Het meest doorslaggevend van al was de late transfer van Deinzes topschutter Kristof Arys.  Arys kwam pas in februari, maar zonder een ‘doel-treffende’ spits, word je geen kampioen.  Jerko was een goeie trainer, zijn aanpak was heel anders dan die van Dennis, meer individueel. Hij was een people manager, maar zijn succes dankte hij eerst en vooral aan de kwaliteit van het team dat hij coachte en de kunst om de druk op de spelersgroep weg te houden.

Het jaar daarop deed hij het al even goed.  Hij wist Cercle in Eerste te houden.

Jerko was een vakman op zijn eigen, zeer menselijke, manier. Ook een nieuwe kwaliteitsinjectie met onder meer Harold Meyssen, Djordje Svetlicic met zijn ‘uitschuifbare lange benen’, en Nordin Jbari zorgden voor een enorme boost.  Als verdedigende middenvelder was ik waarschijnlijk een zegen voor Harold.  Ik zorgde voor de opkuis achter hem.  Ik gaf hem de bal, en zelfs tussen een kluwen van spelers wist hij die door te geven.  Zo heeft elke speler in een team zijn eigen taak en verdienste: Ik moest ‘lopen en doen’, en de finesse ging van Harold uit.  Een goeie voetballer, een goeie spelverdeler was hij, Harold!   Toch was niet hij, maar Nordin Jbari de belangrijkste pion in ons team.  We wonnen opvallend veel matchen met 1-0 of 0-1.  Nordin scoorde veel van die weinige goals tijdens de heenronde, en die waren bijzonder belangrijk.

Ja, als dat geen kunst is: veel goals op je actief krijgen als je ploeg weinig scoort!
Dat was prima voor Nordin, voor elke speler van het team, en ook een meevaller voor de stuurman.  Tot de verwondering van velen had Harm van Veldhoven het roer overgenomen van Jerko.  Na drie eerder rustige jaren kwam het vervolgens in handen van Glen De Boeck, en dat werd meteen een succes zonder weerga.

Ik heb bij Cercle in de loop van drie jaar in Tweede en zes in Eerste met heel wat superspelers het veld opgelopen, maar Glen kon dan ook over twee van de allerbeste van hen beschikken: Besnik Hasi, de onovertroffen heerser op het middenveld, en Oleg Iachtchouck, die maar naar de bal moest kijken en die zat er bijna in.  Toen ik als jonge supporter in de spionkop achter het doel stond, waren Weber, Karacic, Munteanu en Selymes mijn helden, maar ik heb met waardige opvolgers van hen mogen samenspelen.

Aangezien je jezelf vooral als een karakterspeler typeert, heb je daar wellicht veel moeten voor doen.  Een zekere soberheid buiten het veld is voor elke speler aangewezen, maar wellicht moet de een meer doen en laten om altijd weer fit voor de dag te komen?

Oh, neen, ik heb niets moeten opofferen.  Het voetbal heeft me veel meer gegeven dan  ik ervoor opzij zou gezet hebben.  Voetbal was, en is mij, een hobby.  En, bijvoorbeeld vijf keren gaan lopen tijdens de week kostte mij geen moeite, het was gewoon “part of the job”.  Even uitgaan met vrienden na een zaterdagavondmatch, dat kon wel af en toe, maar je kunt me geen plezier doen met me een biermand te geven.  

Van je hobby je beroep kunnen maken, is natuurlijk een droom.  Je voetbalt nog, maar niet meer als profvoetballer.  Hoe zit dat juist in elkaar?

Laat me beginnen bij het begin.  Halfweg 2003 was fantastisch voor mij.  Bij Cercle promoveerden we naar 1ste Klasse, en na vier jaar studie aan de Gentse Univ behaalde ik mijn diploma als licentiaat L.O.   Meteen aan de slag gaan als leraar L.O. viel niet te combineren met professioneel voetballen.  Na Cercle, in 2009 werd ik getransfereerd naar SV Roeselare, dat ook in Eerste uitkwam.  We degradeerden, maar ook de volgende  vier seizoenen bleef ik bij Essevee, de laatste jaren als kapitein.  Al die jaren als profvoetballer was ik ook actief als fitnessbegeleider, maar niet als gymleraar.  Vijf jaar geleden echter gaf ik het profvoetbal op, en ik werd als kapitein bij SVV Damme binnengeloodst waar ik ondertussen nog altijd speel. Waarom zou ik ermee ophouden, ik ben nog maar 38 jaar …  En bij Damme spelen kan best samengaan met wat ik na Roeselare kon beginnen en heel graag doe:  L.O-lesgeven in het hogere middelbaar van het Sint-Andreasinstituut in Oostende.  

Je bent dus pas 38…  

Ja, klopt, als ik al eens naar de namen en geboortedata op het scheidsrechtersblad kijk, dan tref ik er weinig aan van spelers die in hetzelfde jaar geboren zijn als ik. Zolang als ik de maandagmorgen na de match nog uit mijn bed kan zonder dat er een takelwagen bij te pas komt en zolang ik voel dat ik voor de ploeg een meerwaarde kan betekenen, zie ik niet in waarom ik al zou stoppen.

Daar heb je hem, lezer:  Bram Vandenbussche, 22 jaar aangesloten bij Cercle,  206 officiële wedstrijden gespeeld in het fanionelftal, drie jaar in Tweede, zes jaar in Eerste, door de supporters met recht en reden op handen gedragen.  Karakterspeler met het mes tussen de tanden,  mentaliteit van “over mijn lijk”.   En wat is voetbal nu voor hem: oorlog of feest?  

Voetbal is niet het ene of het andere.  Het ene hangt met het andere samen, het is er onverbrekelijk mee verbonden.  Komt niet elke speler van het team het veld op met de wil er alles aan te doen om te winnen, dan volgt er negen keren op de tien geen feest na het eindsignaal. Voetbal zonder oorlog op het veld, is zelden een feest!

Klinkt Brams terminologie al te oorlogzuchtig in de oren?  Och, hij wil alleen op een overtuigende wijze uitdrukken hoezeer zegedrift een noodzakelijke ingrediënt is van een speler die voor zichzelf en zijn team het best mogelijke viseert.  Ik heb hem niet gevraagd  hoeveel gele en rode kartonnetjes de scheidsrechter hem heeft laten zien.  Het zou me verwonderen mocht zijn gemiddelde per wedstrijd dat van om het even welke rasechte verdediger overschrijden… 
 

(Georges Volckaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Dylan Vanhaeren

Op gesprek met Dylan Vanhaeren, jeugdsecretaris. 

Het doek over het voetbalseizoen 2018-2019 is gevallen. SHOT-online gaat de zomerstop in met de voorstelling van Cercles nieuwe jeugdsecretaris. De Cercle-jongeren spelen intussen mee op ’s lands hoogste niveau, reden genoeg voor een gesprek met Dylan Vanhaeren en zijn visie op de groenzwarte jeugd.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Sven Vandendriessche

Teammanager


Marc Van Lysebetten (voorheen bij AA Gent) werd aanvang dit seizoen aangeworven voor de functie van teammanager, na het vertrek van Nicolas Cornu die deze taak twee seizoenen waarnam .  Marc is echter een tijd onbeschikbaar wegens medische redenen en de vierenveertig jarige Sven Vandendriessche, die eerder ook voor deze functie solliciteerde, neemt actueel deze taak waar.
De seizoensaanvang is een zeer drukke periode voor de teammanager.  Vandaar dit artikel.   
Tijd dus om Sven even aan de Cercle-supporters voor te stellen, evenals een overzicht te geven waar hij zich zoal dient mee bezig te houden.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Karel Derdaele

 

Ticketing verantwoordelijke

Als je het Cercle-secretariaat binnenstapt valt het meteen op.  De “bemanning” - sinds Silke recent haar geluk elders is gaan zoeken is dit letterlijk te nemen  - , is vrij jong.  Een beetje zoals de spelerskern zelf, zeg maar. Eén van die personen waar de supporter wellicht het vaakst oog in oog mee komt te staan is Karel Derdaele. Karel is immers de verantwoordelijke voor de ticketverkoop, abonnementenverkoop, enz…
Met o.a. het oog op de eerstdaags startende abonnementenverkoop, tijd voor een kennismaking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Shot-online retro: Ghislain Somers geïnterviewd (herpublicatie)

RETRO                                                                                             

Een gelukkig toeval…  

Ghislain Somers geïnterviewd

(nvdr: dit is een herpublicatie van een interview dat in april 2011 verscheen in SHOT.  Dit artikel is in combinatie met het spelersinterview elders op “SHOT-online” (“Praatje met een speler”) met Thibo Somers, zijn neef die recent een semi-profcontract ondertekende.  Ghislain overleed op 4 juli 2015)

“Je hoort dat die mens dat graag vertelt.” Terloops vangt mijn vrouw enkele flitsen op van het bandje dat ik beluister na het interview met Ghislain Somers. Ghilains enthousiasme is zo aanstekelijk dat mijn echtgenote even blijft staan. Het treft haar dat Ghislain zo geniet van wat hij laat horen. De mond die overloopt van datgene waar het hart van vol is, is de spraakfontein van een groentje. Maar het betreft dan wel een groentje van 83 jaar! Zijn eerste van 80 matchen bij het Groen-Zwarte fanionelftal speelde hij in januari 1947, ruim 64 jaar geleden dus. En vanzelfsprekend dat Ghislain grasgroen was, was het geenszins. Vier broers van hem, wel degelijk elkeen van zijn vier broers, trokken een blauw-zwart shirt aan. Nu zou het mooi zijn als ik kon toevoegen dat Ghislain zo overtuigd groen was, dat het nooit bij hem had kunnen opkomen met hetzelfde voetbalplunje als dat van zijn broers voor de dag te komen. Doch, neen, zoals spoedig zal blijken, was het zomaar het toeval dat Ghislain de goede kant uitstuurde. Maar, zo zegt hij uitdrukkelijk, het was een gelúkkig toeval! 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Adama Traoré

Een gesprek met onze malinese middenvelder

 

‘Cercle Brugge is de juiste stap in mijn carrière’

Daags voor het ontslag van coach Laurent Guyot, op de dag van de Arbeid, had ik een gesprek met Adama Traoré.  De 23-jarige Malinese middenvelder streek in januari neer aan de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion.  Hij was enkele keren basisspeler, maar had ook last van wat blessures.  Het relaas van een aangenaam gesprek. 

 

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws per mail!