koop tickets online

RETRO - Liever 'techniek' dan 'fysiek': Philemon Desmaele



Liever 'techniek' dan 'fysiek'                      


Philemon Desmaele geïnterviewd


(redactionele nota: naar aanleiding van het overlijden van Philemon, publiceren we graag het interview dat in SHOT verscheen in mei 2008) 

1958.  Een halve eeuw geleden, op de kop.  Het  jaar dat voor elke lezer een zelfde herinnering oproept.  Zelfs wie nog lang niet kaalt of grijst, weet direct waarover het gaat.
Voor vele oma's en opa's staat dit jaartal in hun geheugen ingeprent als 'het jaar dat ik (tweemaal) (driemaal) (viermaal) ( ...) naar de Expo ben geweest'.  Dat dit laatste niet bij álle 'oude ratten' het geval is, wordt bevestigd door ex-Ratje Philemon Desmaele, een naam die klinkt als een klok voor wie Cercle al heel lang volgt in wel en wee.

 

Voor nogal wat leeftijdsgenoten, Philemon, is '1958'  synoniem met 'de Expo', 'het Atomium', maar voor jou zal die Expo wellicht niet het topevenement van dat jaar geweest zijn?


Je bedoelt waarschijnlijk dat ik in '58 naar Cercle getransfereerd werd.  Ja, dat was een groot gebeuren, een hele sprong voorwaarts.  Ik ging over van Racing Harelbeke – de Racing, de Ratjes – in eerste provinciale naar Cercle in tweede nationale.  Maar méér nog dan dat is 1958 voor mij en vrouwtje Jenny het jaar dat we trouwden en dat we, na een korte tussenstop bij mijn ouders, hier in Sint-Michiels kwamen wonen.  Neen, over de Expo zal ik je niet veel vertellen hoor, die heb ik ter plekke niet gezien.
 

Je kwam dus over van Harelbeke.  Het verwondert me niet dat je voetbalde – je zult er wel nooit van gedroomd hebben basketter te worden... -  en ook verwondert het me niet dat het bij Harelbeke was dat je dat deed.  Ik lees immers in 'het Cerclemuseum' dat je vader verzorger was bij de paars-witten.

Cerle Brugge KSV

Mijn vader zat in het bestuur van Harelbeke, zorgde voor het materiaal en was 'soigneur'. Er werd nog met van die oude ballen met 'riekoorden' (= rijgkoorden, veters) gespeeld. Daarvan heb ik er zelf nogal wat hersteld, om er daarna met vriendjes op straat mee te voetballen.  Ja, voetballen,  dat deden we voortdurend.  Niet alleen op straat.  Zelfs op de 'bilken' waarop het vlas aan het drogen was ... tot we moesten vluchten voor de boer.  En basket, neen, gezien mijn gestalte waren de ringen nogal hoog voor mij...  'Coureur', dat had ik misschien nog kunnen worden, maar nadat ik een keer te fel had gereden en niet zo gauw mijn adem terugvond, trok de fiets me niet meer aan.  Nochtans, mijn vader is coureur geweest.  Hij was velomaker, werkte voor coureurs en koerste dus zelf ook.  Al was hij geen toprenner, toch heeft hij eens de trofee van het Laatste Nieuws gewonnen.  Ook herinner ik me nog dat hij eens samen met de vader van Willy Mortier naar de piste in Torhout is geweest.

Je was 21 toen je bij Cercle kwam.  Bracht je transfer ook een verandering van werk met zich mee?

Ja en neen.  'k Heb altijd voor 'de gaze en elektriek' gewerkt.  Toen ik in Harelbeke woonde, was dat nog bij Desclée de Brouwer, niet de bekende uitgeverij, maar een van de voorlopers van wat nu, na verschillende tussenstappen, Eandis geworden is.  Dankzij Pierre Van Damme kreeg ik mijn overplaatsing naar Brugge, zodat ik hier zo ongeveer hetzelfde werk kon verderdoen.  Met gas had mijn job niets te zien, maar wel met de elektriciteitsvoorziening van gebouwen. 

Je eerste seizoen bij Cercle, 1958-'59, was een succes.  'k Herinner mij dat wij, supporters, enthousiast waren.  Cercle deed het veel beter dan het jaar ervoor: was toen elfde geweest en werd nu derde.  De voorhoede draaide op volle toeren: van 38 naar 51 goals en de verdediging deed nog beter: aantal tegendoelpunten gehalveerd, van 58 naar 29.  Het was bijzonder jammer dat Groen-Zwart als derde eindigde en niet als tweede...

Jawel, want niet alleen de kampioen, ook de tweede in de eindrangschikking promoveerde rechtstreeks naar eerste.  Vóór de laatste match stond Club tweede met één puntje meer dan Cercle.  Wij wonnen onze laatste match tegen kampioen Daring Brussel, met Daniël Van Pottelberghe bij de Brusselaars.   Maar ... Club won ook, op Ronse.  En, inderdaad, heel het seizoen door presteerde de ploeg prima.  Ook bij ons, vooraan, liep het gesmeerd.  Roger Notteboom was een sneltrein op zijn linkerhoek, Gilbert Bailliu heerste middenin en vooraan links voelde ik mij in mijn sas.  We voelden zo aan dat het publiek warm draaide voor ons, en, geloof me, dat gevoel bezorgt je vleugels.

Jij was een andere voorspeler dan de twee die je zo-even vernoemt, maar je had toch wel iets  van het meest typische van allebei.  Zie je dat ook zo?

Daar kan ik inkomen.  Roger was snel, razendsnel.  Iets van die snelheid had ik ook wel, vooral dan bij de eerste meters.  Jammer genoeg haalde Roger niet genoeg uit zijn snelheid. Het gebeurde wel meer dat hij met de bal aan de voet de verdedigers voorbijliep maar daarna niet echt van zijn positie kon profiteren.  Zelf kon ik wel iets beter met de bal overweg.  Dat beetje meer techniek bracht me dan wat dichter bij Gilbert, die een supervoetballer was en het niet toevallig veel verder heeft geschopt dan Roger en ik.

Bailliu zal niet de enige medespeler geweest zijn naar wie jij opkeek?

Neen, als groentje dat uit eerste provinciale kwam, zag ik vooral op naar de routiniers, naar Marin Roje, Jackie Decaluwé, Robert Serru, Noël Demey...  Maar het belangrijkste was dat we een goeie vriendengroep vormden.  Met iedereen kwam ik heel goed overeen.  We waren 'een geestige bende'.  Was er toch eens een van ons die een ander een momentje met gefronst voorhoofd aankeek, dan was het André Perot.  Kwam een pass van hem niet goed aan, dan was hij het niet die de bal slecht had doorgespeeld, maar dan was het zijn medespeler die de juiste plaats niet had opgezocht of die de bal toch had moeten kunnen controleren.  

Er was een nieuwe trainer, die vier jaar lang Cercle zou blijven trainen. Wellicht was die goede sfeer ook aan hem te danken?

Natuurlijk.  Het was een Fransman, Edmond Delfour, en dankzij hem kwamen we graag naar de trainingen.  Dat kwam doordat hij ons leerde voetballen door te voetballen.  Zoiets lijkt vanzelfsprekend, maar bij Jules Bigot, zijn opvolger, ging het er ánders aan toe.  Bij Delfour werd bijna uitsluitend met de bal getraind en alles was gericht op de verbetering van de techniek en het samenspel.   Hij kon niet tegen 'hard en ver', maar schaafde de technische vaardigheid bij en hij wist de vriendschappelijkheid in de groep zo op te voeren dat we graag vochten voor elkaar – en dat laatste, die vanzelfsprekende bereidheid om je dubbel te plooien als een medespeler een steek laat vallen, dat maakt vijftig procent van het resultaat uit!  Neen, ik overdrijf niet, voor vijftig procent hangt een resultaat af van de samenhang binnen de groep.  

Ook de mensen van het bestuur droegen een steentje bij tot de goede gang van zaken?  Of hadden jullie weinig contact met hen?

Oh, we kwamen met zoveel mensen in contact en iedereen steunde ons.  Wat mezelf betreft, mag ik gerust zeggen dat ik iedereen die met Cercle te maken had, van hoog tot laag, aan mijn kant had: Pierre Van Damme, Paul Lantsoght, Louwagie ...  'Jossen' Decorte en Proot hebben mij en mijn vrouw zelfs nog meegevraagd om te gaan eten.  Ze waren "wree genti".  En voor Mon Van Iseghem kon ik niets verkeerds doen.  Al die namen doen me nu ook denken aan Lucien D'hondt.  Graag een anekdootje?  We gingen elk jaar een oefenmatch spelen op NAC Breda.  Ieder jaar opnieuw had de Hollandse voorzitter het in zijn toespraak over "Mijnheer De Hond", en keer op keer hield Lucien zich juist genoeg in om niet al te luid te brullen: "D'ho-o-o-ndt!" ...

Je tweede Cerclejaar, 1959-'60, was weer een prima jaar voor Cercle, nog merkwaardiger dan het vorige, maar jou verging het blijkbaar minder goed.  Je had 29 matchen gespeeld het jaar ervoor, en nu slechts 14.

Ja, uiteindelijk heb ik bij Cercle hoogten en laagten gekend, en het eerste jaar was veruit het beste.  Meer en meer werd mijn werk zo zwaar dat de vier trainingen op een week erg lastig waren voor mij.  Hele dagen mee met de ploegen de baan opgaan, buiten, in regen en wind, putten maken voor palen, véél putten soms in nieuwe verkavelingen, en dan 's avonds nog gaan trainen, dat was niet zo vanzelfsprekend.  Toen ik in het Kortrijkse werkte, ging het minder om putten en palen en meer om aansluitingen, maar nu ging het voortdurend de zwaardere kant uit.  En Cercle?   Cercle miste de promovering op één haar.  Na de competitie werd in een testmatch tegen het ex aequo tweede geklasseerde Patro Eisden achter de Kazerne te Mechelen met 1-2 verloren.

Het jaar erop was het eindelijk Bingo! Na 15 jaar steeg Groen-Zwart weer naar 's lands hoogste afdeling. Jij was erbij in twaalf matchen – in ' slechts' twaalf matchen?

De viering in de Brugse Stadshallen, waar we natuurlijk door burgemeester Van Damme ontvangen werden, is mij het best bijgebleven.  Dat ik het lastig had om een vaste plaats in de eerste ploeg te krijgen, lag onder meer aan de toegenomen concurrentie.  Hans Gerard was weg, maar zijn broer, Jo, kwam over naar de eerste ploeg.  Als een directe concurrent van me was Jo, net als ikzelf, een beetje wisselvallig.  Allebei hadden we dus soms ons dagje, maar af en toe ook niet.  Van Jo zie ik nog het duidelijkst een fase uit een reservewedstrijd op Sint-Niklaas voor ogen.  Hij krijgt de bal op de middenlijn, knalt direct naar de goal – wij denken, hoe kan hij zo dom doen om van hier naar de goal te mikken, maar Jo had gezien dat de keeper een goed eind voor zijn doellijn stond, en de bal zat.  We mochten hem feliciteren in plaats van hem iets te verwijten!

Je eerste jaar in eerste nationale speelde je nog onder trainer Delfour.  Tijdens je tweede, tevens je laatste jaar, was Jules Bigot je trainer.  Wellicht wil je nog iets kwijt over Bigot?

Zoals ik al liet verstaan, was het bij Bigot gedaan met de klemtoon op techniek en samenspel.  Al zijn aandacht ging uit naar de fysiek.  Een training begon al met tien keer lopen rond het veld.  Waren er dan vooraan een paar hazewinden die daar geen last van hadden, dan trapten spelers als ik na dat eerste voorgerecht al op hun adem.  Daarop volgden dan een reeks spurten...  Laat me liever niet verder het menu van een training beschrijven, maar wat Bigot zeker niet begreep, dat was dat niet elke speler dezelfde en evenveel fysische training nodig heeft.  Neem nu bijvoorbeeld Robert Somers, je zag hem 's zondags niet als hij heel de week hard had moeten trainen.  Liet je hem gerust of gunde je hem een wat lichtere training, dan leefde hij zich uit tijdens de zondagmatch.  Ook bij de opkomende jongeren kon de een Bigots "fysiek, fysiek en nog eens fysiek" veel beter aan dan de ander.  Voor John Moelaert was het geen probleem.  Johan Allemeersch vond het minder leuk...

Van je 21ste tot je 26ste jaar speelde je 73 maal voor Cercle, Philemon.  Je scoorde 21 goals. Hoe kijk je daar nu op terug?  Wellicht heb je er goed aan gedaan naar Cercle te komen?...

Ik zei het al, ik heb bij Cercle hoogten en laagten gekend, maar voor mij, voetballertje uit eerste provinciale, was voetballen bij Groen-Zwart een feest.  Ook naast het veld werd er meegeleefd.  Schoonouders kwamen supporteren.  Op het werk werd ik voortdurend over de matchen aangesproken.  Maar het was zwaar, en met de tijd nam het gewicht niet af maar het nam toe.  Na één jaar Jules Bigot was ik bij Cercle niet meer op mijn plaats.  Daarna speelde ik nog vijf of zes jaar in derde bij Zwevegem.  Daarop volgden twee jaar bij Harelbeke, eerst als speler-trainer, daarna gewoon als speler.  Ten slotte voetbalde ik eerst een jaartje bij Pittem en dan nog twee jaar bij Hoger Op Wingene.   Na het échte voetbal speelde ik nog een lange tijd minivoetbal, ook in competitieverband.  Tot ik 59 was.  

In het Cerclemuseum lees ik: "Desmaele speelde later nog een  erg belangrijke rol in de voetbalschool van Cercle."  Wat moeten onze lezers zich  bij die 'voetbalschool'  voorstellen?  En wat was jouw bijdrage daar?

Ja, waar het om gaat, spreekt eigenlijk vanzelf.  In de voetbalschool leren de jongste voetballertjes de meest elementaire onderdelen van het voetbalspel: een bal stoppen, een pass geven, enz.  Het is belangrijk dat zij er plezier aan beleven.  En dat doen ze, de meesten.  Zij althans die komen omdat ze daar zelf op staan; zij dus die het doen omdat het balspelletje hen kriebelt of omdat ze ambitieus zijn.  In de voetbalschool ben ik een jaar of tien actief geweest.  Anthony en Christophe Annicaert en Geoffrey Claeys waren bij de beste van mijn 'leerlingen'.  Ik liet het al vermoeden, één risico is er wel verbonden aan een initiatief als dit: het komt wel eens voor dat pa en ma meer geïnteresseerd zijn in een 'interessante' kinderopvang dan in de voetbalambities van hun kinderen.  Dat risico is nu groter dan vroeger omdat onze spelertjes negen en tien jaar oud waren terwijl er nu aanzienlijk vroeger gestart wordt.  Toch is Cercles voetbalschool iets prachtigs: wie het voetbal in zijn bloed heeft, kan er niet te vroeg mee beginnen. 

Als ik wegga bij Philemon komt hij erop terug: "Vijftig procent - voor succes in het voetbal maakt kameraadschap vijftig procent uit".  En hij voegt eraan toe: " 'k Denk niet dat Glen De Boeck me zou tegenspreken – je moet het maar kunnen, zo'n uitgebreide groep tevreden houden, ook als het niet mogelijk is dat iedereen aan zijn trekken komt zoals hij het wel zou wensen!  Wringt het in een groep, dan gaat het niet..."  En Jenny doet uitgeleide met een paar andere overwegingen: "We hebben schone jaren gehad, heel de familie was erbij betrokken.  En ook nu nog zijn er kinderen en kleinkinderen die er groen-zwart uitzien, van binnen en van buiten.  'k Vind dat prima, maar juist zoals Philemon en ikzelf  mogen ze niet fanatiek worden...”

(Georges Volckaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 228)

(periode van 03-06-1961 -> 10-06-1961)

  • Cercle

Grote vreugde en bijgevolg ook een groot feest in het groen-zwarte deel van Brugge waar op zondag 4 juni 1961 de lang verwachte promotie van Cercle naar Eerste Klasse gevierd werd.  Het feestprogramma begon met een ontvangst op het gemeentehuis van Sint-Andries want tenslotte situeerde het Edgard De Smedtstadion zich in deze gemeente, gevolgd door een optocht door de Brugse straten en een hulde in het Brugs stadhuis omdat Cercle toch vooral een Brugse ploeg was en, zoals de Bourgondische mens in de Vlaming het graag heeft, afgesloten met een lekker promoveringsbanket dat gevolgd werd door een luisterrijk Cerclebal in de Stadshallen om toch nog enigszins, in de mate van het mogelijke natuurlijk, wat calorieën te verbranden.  Het gedacht maakt ook reeds veel goed…

En, zoals gebruikelijk is bij dergelijke festiviteiten, vloeide er niet enkel veel inkt op voorhand maar vloeide er ook nog eens veel inkt na het feest want toen moest de krantenlezer nog alles, in geuren en kleuren beschreven, voorgeschoteld krijgen.  Wij starten alvast met een artikeltje dat voor de viering gepubliceerd werd :

Het is er dan toch van gekomen…” : “Inderdaad het is er van gekomen…  Groen-Zwart mag feest vieren, want “Cercle” speelt toekomend seizoen weer in Eerste Afdeling !  Dat het morgen zondag een Hoogdag wordt voor alle Cercle-fans, lijdt alvast niet de minste twijfel.  Naar wij vernamen werden voor het groot feestbanket reeds meer dan 250 inschrijvingen geboekt, en dat belooft !  Voor het Promoveringsbal zal het enthousiasme zeker en vast worden ten top gedreven, en terecht.  André Deschepper, de grote werker en bezieler van de feestelijkheden, verzekerde ons dat alles tot in de minste puntjes zal verzorgd zijn, zodat de Hoogdag van morgen zondag tot een echte en ware groen-zwarte vreugdedag zal uitgroeien.  Wij zijn er trouwens a priori van overtuigd.  Wij wensen van nu reeds alle Cercle-komitards, spelers en supporters gulhartig proficiat en vooral veel Cercle-pret op het groots feest !

Als vreugdevolle gebeurtenissen, zoals een promotie, je favoriete ploeg ten deel vallen kan dat ongetwijfeld de creativiteit van het individu prikkelen.  André Deschepper, in bovenstaand artikel reeds omschreven als de grote werker en bezieler van de feestelijkheden, beantwoordde aan die beschrijving en had dit bewezen door het “mannetje-met-de-ladder” te ontwerpen.  Het briljante idee was vrij simpel maar vaak is dat de beste garantie om het nodige succes te hebben.  Zijn ontwerp stelde een mannetje voor dat een ladder vasthield.  Onderaan de ladder kon je de tekst “Wij klimmen” lezen, bovenaan de ladder aangevuld met de sinds lang gekoesterde verzuchting “naar Eerste Nationale”.  Rond de ladder stonden de hoofden van trainer Delfour en de elf spelers die de promovering gerealiseerd hadden, afgebeeld.  Met andere woorden : een gegeerd hebbedingetje voor de echte groen-zwarte supporters !  Al zouden die supporters zich wel moeten tevreden stellen met een postkaart van het “mannetje-met-de-ladder”…

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Charles Vanhoutte

“ Ik wil altijd winnen”

De tweeëntwintigjarige Kortrijkzaan speelt sinds zijn veertiende bij Cercle.  Na afloop van het voorbije seizoen mag hij zonder blozen terugblikken op een echt doorbraakseizoen in de A-kern.  De supporters beloonden hem met “de gouden schoen van Cercle”, de Pop-poll van d’Echte.  Als toetje mocht hij in de slotwedstrijd op KVO met de aanvoerdersband opdraven.  Als ik me niet vergis is dit de eerste eigen jongere na Denis Viane.
Ik had, tijdens het spelersverlof en net na zijn terugkeer uit Tenerife (met een aardig kleurtje), een zeer uitgebreid gesprek - van enkele uren - (ook over meer dan voetbal) met deze jongeman die duidelijk met beide voeten op de grond staat.  In onderstaand verslag leest u de voornaamste voetbal- en persoonsgerelateerde items uit ons gesprek.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 227)

(periode van 20-05-1961 -> 27-05-1961)

  • Cercle

Eindelijk was de terugkeer van de Brugse groen-zwarten op het hoogste voetbalniveau een feit.  Er stond wel nog een (inhaal)wedstrijd tegen FC Tilleur op het programma maar dat zou de pret, zelfs ingeval van een nederlaag, niet kunnen drukken.  Niet minder dan vijftien (!) seizoenen, met zelfs een vierjarig intermezzo in Derde Klasse, had het geduurd voor Cercle weer aan de oppervlakte verscheen en de plaats claimde waar het thuishoorde : in Eerste Klasse !
Ook doelman Willy Mortier uitte zijn grote tevredenheid in een artikel in “Het Brugsch Handelsblad” :

Willy Mortier aan het woord…  “Wij zijn toch zo gelukkig…” ”  “Het is echt niet te geloven…  Wij hebben dit jaar op voetbalgebied eerder een matte prestatie geleverd en wij promoveren naar Eerste.  Vorig jaar speelden wij mooi voetbal, doch het was niet productief genoeg en de promovering ontglipte ons op één doelpunt te Mechelen in de beruchte testmatch tegen Patro Eisden.  Twee seizoenen geleden scheelde het slechts één puntje om naar Eerste nationaal over te gaan.  En nu zullen we volgend seizoen opnieuw derby’s spelen in de Belgische hoogste voetbalafdeling.  Of wij allemaal gelukkig zijn, hoeft niet gezegd…”.  Zo vertelde ons verleden week na de beslissende match te Charleroi Cercle’s doelman Willy Mortier, die een zeer ruim aandeel heeft in de promovering.  Maar daarover mag men hem niet spreken.  “Cercle vormt een geheel en ALLEN hebben er aan meegeholpen”, verzekert hij.  “Trainer Delfour heeft het bestuur van Cercle in 1958 beloofd dat hij de groen-zwarten in drie jaar naar Eerste zou brengen en hij heeft woord gehouden.”
“Ik weet het”, zegt Mortier, “men heeft Delfour de laatste tijd fel bekritiseerd.  Hij heeft net zoals iedereen fouten en gebreken, doch wij moeten eerlijk zijn, het is een goede trainer.  Hij heeft Cercle leren voetballen, maar met het spelersmateriaal waarover hij beschikte, was het niet mogelijk voetbal te spelen zoals hij het wenste.  Dit heeft hij moeten inzien en hij was verplicht zijn spelmethode te veranderen.  In de terugronde heeft Cercle dan een verdedigingssysteem toegepast dat tot flinke resultaten heeft geleid.  Op de twaalf laatst gespeelde wedstrijden behaalde Cercle 22 punten.  Wij kregen slechts acht doelen tegen, waarvan zes thuis en slechts twee op verplaatsing.  Gelukkig kwam de forme en het zelfvertrouwen terug bij kapitein Bailliu, hetgeen doeltreffend gewerkt heeft op de moraal van ons allen.  Ik persoonlijk was zeer pessimistisch tot voor de wedstrijd tegen Kortrijk, maar van dan af begon ik terug te geloven in de promoveringskansen, die definitief vastgelegd werden tegen Club Mechelen en Charleroi.”
In verband met de wedstrijd te Charleroi, Willy, is het waar dat gij daar met stenen bekogeld werd ?
“Inderdaad.  Ik kreeg een steen tegen mijn kaakbeen.  Ik reageerde nog niet direct, doch wreef met mijn hand over mijn gezicht en stelde vast dat ik geweldig bloedde.  Ik verwittigde de scheidsrechter en tot het einde stonden twee terreinafgevaardigden achter mijn doel om mij te beschermen tegen het onsportief Waals publiek.  Ik moet eerlijk bekennen dat ik de ballen niet durfde halen die tegen de balustrade lagen, ik had zeker nog meer stenen naar het hoofd gekregen.  Nu, de zege en de hulde die ons na de wedstrijd op het plein werd gebracht door de Brugse supporters, heeft die pijn en dit incident rap doen vergeten !”
Hebt u dit seizoen alle wedstrijden gespeeld, Willy ?
“Zeker, samen met Bertje Serru en Dré Perot heb ik geen enkele wedstrijd gemist.  Ik moet hier een bijzondere hulde brengen aan Perot die dit jaar waarlijk ‘gevochten’ heeft voor de promovering.  Ook zijn wens om volgend jaar tegen Gantoise te kunnen spelen zal zonder bepaalde tegenslagen in vervulling gaan.  Ikzelf ben natuurlijk gelukkig in Eerste nationaal tegen de grote ploegen te kunnen uitkomen.”
Wat denkt u over de toekomst van Cercle ?
“Wel, de ploeggeest is momenteel vanzelfsprekend buitengewoon en ik meen dat wij met deze ploeg flinke resultaten kunnen behalen in Eerste.  Ons elftal is niet zo oud en dit is ook een element dat niet uit het oog mag verloren worden.  U hebt daar gezinspeeld op mijn kansen als nationale portier, wel, ik denk daar zeer weinig aan.  Alleen Cercle telt voor mij en als wij volgend seizoen ons kunnen handhaven, zou dit reeds een flink resultaat betekenen.  Een goede ploeggeest en een intens trainen zijn daarvoor de eerste vereisten.  Ik druk de wens uit dat het bestuur innig moge samenwerken met de spelers om de moraal hoog te houden.  Iedere speler deed wat hij kan en de soms ongegronde kritiek schaadt sterk de moraal van de jongens.  Ik ben nu 26 jaar, verdedig nu reeds vijf seizoenen de groen-zwarte kleuren en speel vier jaar in het fanion elftal.  Niet alleen zijn de spelers gelukkig met de promovering, doch ook voor de supporters, het bestuur en vooral voor voorzitter Pierre Vandamme, die samen met Robert Braet de morele trainers mogen genoemd worden.  De verkwikkende woorden van deze ware sportmannen oefenen op ons zo’n sterke invloed uit.  Ook in de sport is opbeuring een grote en vaak beslissende factor in moeilijke omstandigheden !”
Tot daar dus Willy Mortier, die we samen met zijn ploegmaats nogmaals van harte feliciteren met de hoop hen volgend seizoen naast Club met klank de Brugse kleuren te zien verdedigen.”

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... David Bates

 ‘Blij dat ik eindelijk opnieuw op niveau ben’ 

In de aanloop naar de laatste wedstrijd van het seizoen (1-1 op KV Oostende) had ik ook nog een gesprek met David Bates.  De Schotse centrale verdediger begon met een conditionele achterstand aan het seizoen.  Toch vocht hij zich in de ploeg en was hij in het laatste deel van de competitie één van de exponenten van de revival van groen-zwart onder Yves Vanderhaeghe en Thomas Buffel.  Het werd een interessant gesprek met deze 24-jarige jongeman.  Met zijn 24 is hij trouwens ook één van de meest ervaren spelers.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met ... Strahinja Pavlovic

 ‘Ik wil gewoon zo veel mogelijk spelen.’

In de week voor de laatste wedstrijd van het seizoen (in en tegen KV Oostende) had ik een gesprek met Strahinja Pavlovic.  De jonge Serviër kwam in januari de groen-zwarte rangen versterken en maakte op zijn zachtst gezegd een uitstekende indruk.  De 19-jarige centrale verdediger kwam over van Monaco en maakte ondertussen ook furore in zijn nationaal elftal met ondermeer een gelijkspel tegen het Portugal van Cristiano Ronaldo.  Wat volgt is het relaas van een aangenaam gesprek met een speler die straalt van zelfvertrouwen.  En van ambitie.


Strahinja, traditioneel is onze eerste vraag er ééntje die peilt naar de ‘voorgeschiedenis’.  Kun je even je sportieve carrière beschrijven tot nu toe?

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws als eerste in je mailbox!