koop tickets online

RETRO - Liever 'techniek' dan 'fysiek': Philemon Desmaele



Liever 'techniek' dan 'fysiek'                      


Philemon Desmaele geïnterviewd


(redactionele nota: naar aanleiding van het overlijden van Philemon, publiceren we graag het interview dat in SHOT verscheen in mei 2008) 

1958.  Een halve eeuw geleden, op de kop.  Het  jaar dat voor elke lezer een zelfde herinnering oproept.  Zelfs wie nog lang niet kaalt of grijst, weet direct waarover het gaat.
Voor vele oma's en opa's staat dit jaartal in hun geheugen ingeprent als 'het jaar dat ik (tweemaal) (driemaal) (viermaal) ( ...) naar de Expo ben geweest'.  Dat dit laatste niet bij álle 'oude ratten' het geval is, wordt bevestigd door ex-Ratje Philemon Desmaele, een naam die klinkt als een klok voor wie Cercle al heel lang volgt in wel en wee.

 

Voor nogal wat leeftijdsgenoten, Philemon, is '1958'  synoniem met 'de Expo', 'het Atomium', maar voor jou zal die Expo wellicht niet het topevenement van dat jaar geweest zijn?


Je bedoelt waarschijnlijk dat ik in '58 naar Cercle getransfereerd werd.  Ja, dat was een groot gebeuren, een hele sprong voorwaarts.  Ik ging over van Racing Harelbeke – de Racing, de Ratjes – in eerste provinciale naar Cercle in tweede nationale.  Maar méér nog dan dat is 1958 voor mij en vrouwtje Jenny het jaar dat we trouwden en dat we, na een korte tussenstop bij mijn ouders, hier in Sint-Michiels kwamen wonen.  Neen, over de Expo zal ik je niet veel vertellen hoor, die heb ik ter plekke niet gezien.
 

Je kwam dus over van Harelbeke.  Het verwondert me niet dat je voetbalde – je zult er wel nooit van gedroomd hebben basketter te worden... -  en ook verwondert het me niet dat het bij Harelbeke was dat je dat deed.  Ik lees immers in 'het Cerclemuseum' dat je vader verzorger was bij de paars-witten.

Cerle Brugge KSV

Mijn vader zat in het bestuur van Harelbeke, zorgde voor het materiaal en was 'soigneur'. Er werd nog met van die oude ballen met 'riekoorden' (= rijgkoorden, veters) gespeeld. Daarvan heb ik er zelf nogal wat hersteld, om er daarna met vriendjes op straat mee te voetballen.  Ja, voetballen,  dat deden we voortdurend.  Niet alleen op straat.  Zelfs op de 'bilken' waarop het vlas aan het drogen was ... tot we moesten vluchten voor de boer.  En basket, neen, gezien mijn gestalte waren de ringen nogal hoog voor mij...  'Coureur', dat had ik misschien nog kunnen worden, maar nadat ik een keer te fel had gereden en niet zo gauw mijn adem terugvond, trok de fiets me niet meer aan.  Nochtans, mijn vader is coureur geweest.  Hij was velomaker, werkte voor coureurs en koerste dus zelf ook.  Al was hij geen toprenner, toch heeft hij eens de trofee van het Laatste Nieuws gewonnen.  Ook herinner ik me nog dat hij eens samen met de vader van Willy Mortier naar de piste in Torhout is geweest.

Je was 21 toen je bij Cercle kwam.  Bracht je transfer ook een verandering van werk met zich mee?

Ja en neen.  'k Heb altijd voor 'de gaze en elektriek' gewerkt.  Toen ik in Harelbeke woonde, was dat nog bij Desclée de Brouwer, niet de bekende uitgeverij, maar een van de voorlopers van wat nu, na verschillende tussenstappen, Eandis geworden is.  Dankzij Pierre Van Damme kreeg ik mijn overplaatsing naar Brugge, zodat ik hier zo ongeveer hetzelfde werk kon verderdoen.  Met gas had mijn job niets te zien, maar wel met de elektriciteitsvoorziening van gebouwen. 

Je eerste seizoen bij Cercle, 1958-'59, was een succes.  'k Herinner mij dat wij, supporters, enthousiast waren.  Cercle deed het veel beter dan het jaar ervoor: was toen elfde geweest en werd nu derde.  De voorhoede draaide op volle toeren: van 38 naar 51 goals en de verdediging deed nog beter: aantal tegendoelpunten gehalveerd, van 58 naar 29.  Het was bijzonder jammer dat Groen-Zwart als derde eindigde en niet als tweede...

Jawel, want niet alleen de kampioen, ook de tweede in de eindrangschikking promoveerde rechtstreeks naar eerste.  Vóór de laatste match stond Club tweede met één puntje meer dan Cercle.  Wij wonnen onze laatste match tegen kampioen Daring Brussel, met Daniël Van Pottelberghe bij de Brusselaars.   Maar ... Club won ook, op Ronse.  En, inderdaad, heel het seizoen door presteerde de ploeg prima.  Ook bij ons, vooraan, liep het gesmeerd.  Roger Notteboom was een sneltrein op zijn linkerhoek, Gilbert Bailliu heerste middenin en vooraan links voelde ik mij in mijn sas.  We voelden zo aan dat het publiek warm draaide voor ons, en, geloof me, dat gevoel bezorgt je vleugels.

Jij was een andere voorspeler dan de twee die je zo-even vernoemt, maar je had toch wel iets  van het meest typische van allebei.  Zie je dat ook zo?

Daar kan ik inkomen.  Roger was snel, razendsnel.  Iets van die snelheid had ik ook wel, vooral dan bij de eerste meters.  Jammer genoeg haalde Roger niet genoeg uit zijn snelheid. Het gebeurde wel meer dat hij met de bal aan de voet de verdedigers voorbijliep maar daarna niet echt van zijn positie kon profiteren.  Zelf kon ik wel iets beter met de bal overweg.  Dat beetje meer techniek bracht me dan wat dichter bij Gilbert, die een supervoetballer was en het niet toevallig veel verder heeft geschopt dan Roger en ik.

Bailliu zal niet de enige medespeler geweest zijn naar wie jij opkeek?

Neen, als groentje dat uit eerste provinciale kwam, zag ik vooral op naar de routiniers, naar Marin Roje, Jackie Decaluwé, Robert Serru, Noël Demey...  Maar het belangrijkste was dat we een goeie vriendengroep vormden.  Met iedereen kwam ik heel goed overeen.  We waren 'een geestige bende'.  Was er toch eens een van ons die een ander een momentje met gefronst voorhoofd aankeek, dan was het André Perot.  Kwam een pass van hem niet goed aan, dan was hij het niet die de bal slecht had doorgespeeld, maar dan was het zijn medespeler die de juiste plaats niet had opgezocht of die de bal toch had moeten kunnen controleren.  

Er was een nieuwe trainer, die vier jaar lang Cercle zou blijven trainen. Wellicht was die goede sfeer ook aan hem te danken?

Natuurlijk.  Het was een Fransman, Edmond Delfour, en dankzij hem kwamen we graag naar de trainingen.  Dat kwam doordat hij ons leerde voetballen door te voetballen.  Zoiets lijkt vanzelfsprekend, maar bij Jules Bigot, zijn opvolger, ging het er ánders aan toe.  Bij Delfour werd bijna uitsluitend met de bal getraind en alles was gericht op de verbetering van de techniek en het samenspel.   Hij kon niet tegen 'hard en ver', maar schaafde de technische vaardigheid bij en hij wist de vriendschappelijkheid in de groep zo op te voeren dat we graag vochten voor elkaar – en dat laatste, die vanzelfsprekende bereidheid om je dubbel te plooien als een medespeler een steek laat vallen, dat maakt vijftig procent van het resultaat uit!  Neen, ik overdrijf niet, voor vijftig procent hangt een resultaat af van de samenhang binnen de groep.  

Ook de mensen van het bestuur droegen een steentje bij tot de goede gang van zaken?  Of hadden jullie weinig contact met hen?

Oh, we kwamen met zoveel mensen in contact en iedereen steunde ons.  Wat mezelf betreft, mag ik gerust zeggen dat ik iedereen die met Cercle te maken had, van hoog tot laag, aan mijn kant had: Pierre Van Damme, Paul Lantsoght, Louwagie ...  'Jossen' Decorte en Proot hebben mij en mijn vrouw zelfs nog meegevraagd om te gaan eten.  Ze waren "wree genti".  En voor Mon Van Iseghem kon ik niets verkeerds doen.  Al die namen doen me nu ook denken aan Lucien D'hondt.  Graag een anekdootje?  We gingen elk jaar een oefenmatch spelen op NAC Breda.  Ieder jaar opnieuw had de Hollandse voorzitter het in zijn toespraak over "Mijnheer De Hond", en keer op keer hield Lucien zich juist genoeg in om niet al te luid te brullen: "D'ho-o-o-ndt!" ...

Je tweede Cerclejaar, 1959-'60, was weer een prima jaar voor Cercle, nog merkwaardiger dan het vorige, maar jou verging het blijkbaar minder goed.  Je had 29 matchen gespeeld het jaar ervoor, en nu slechts 14.

Ja, uiteindelijk heb ik bij Cercle hoogten en laagten gekend, en het eerste jaar was veruit het beste.  Meer en meer werd mijn werk zo zwaar dat de vier trainingen op een week erg lastig waren voor mij.  Hele dagen mee met de ploegen de baan opgaan, buiten, in regen en wind, putten maken voor palen, véél putten soms in nieuwe verkavelingen, en dan 's avonds nog gaan trainen, dat was niet zo vanzelfsprekend.  Toen ik in het Kortrijkse werkte, ging het minder om putten en palen en meer om aansluitingen, maar nu ging het voortdurend de zwaardere kant uit.  En Cercle?   Cercle miste de promovering op één haar.  Na de competitie werd in een testmatch tegen het ex aequo tweede geklasseerde Patro Eisden achter de Kazerne te Mechelen met 1-2 verloren.

Het jaar erop was het eindelijk Bingo! Na 15 jaar steeg Groen-Zwart weer naar 's lands hoogste afdeling. Jij was erbij in twaalf matchen – in ' slechts' twaalf matchen?

De viering in de Brugse Stadshallen, waar we natuurlijk door burgemeester Van Damme ontvangen werden, is mij het best bijgebleven.  Dat ik het lastig had om een vaste plaats in de eerste ploeg te krijgen, lag onder meer aan de toegenomen concurrentie.  Hans Gerard was weg, maar zijn broer, Jo, kwam over naar de eerste ploeg.  Als een directe concurrent van me was Jo, net als ikzelf, een beetje wisselvallig.  Allebei hadden we dus soms ons dagje, maar af en toe ook niet.  Van Jo zie ik nog het duidelijkst een fase uit een reservewedstrijd op Sint-Niklaas voor ogen.  Hij krijgt de bal op de middenlijn, knalt direct naar de goal – wij denken, hoe kan hij zo dom doen om van hier naar de goal te mikken, maar Jo had gezien dat de keeper een goed eind voor zijn doellijn stond, en de bal zat.  We mochten hem feliciteren in plaats van hem iets te verwijten!

Je eerste jaar in eerste nationale speelde je nog onder trainer Delfour.  Tijdens je tweede, tevens je laatste jaar, was Jules Bigot je trainer.  Wellicht wil je nog iets kwijt over Bigot?

Zoals ik al liet verstaan, was het bij Bigot gedaan met de klemtoon op techniek en samenspel.  Al zijn aandacht ging uit naar de fysiek.  Een training begon al met tien keer lopen rond het veld.  Waren er dan vooraan een paar hazewinden die daar geen last van hadden, dan trapten spelers als ik na dat eerste voorgerecht al op hun adem.  Daarop volgden dan een reeks spurten...  Laat me liever niet verder het menu van een training beschrijven, maar wat Bigot zeker niet begreep, dat was dat niet elke speler dezelfde en evenveel fysische training nodig heeft.  Neem nu bijvoorbeeld Robert Somers, je zag hem 's zondags niet als hij heel de week hard had moeten trainen.  Liet je hem gerust of gunde je hem een wat lichtere training, dan leefde hij zich uit tijdens de zondagmatch.  Ook bij de opkomende jongeren kon de een Bigots "fysiek, fysiek en nog eens fysiek" veel beter aan dan de ander.  Voor John Moelaert was het geen probleem.  Johan Allemeersch vond het minder leuk...

Van je 21ste tot je 26ste jaar speelde je 73 maal voor Cercle, Philemon.  Je scoorde 21 goals. Hoe kijk je daar nu op terug?  Wellicht heb je er goed aan gedaan naar Cercle te komen?...

Ik zei het al, ik heb bij Cercle hoogten en laagten gekend, maar voor mij, voetballertje uit eerste provinciale, was voetballen bij Groen-Zwart een feest.  Ook naast het veld werd er meegeleefd.  Schoonouders kwamen supporteren.  Op het werk werd ik voortdurend over de matchen aangesproken.  Maar het was zwaar, en met de tijd nam het gewicht niet af maar het nam toe.  Na één jaar Jules Bigot was ik bij Cercle niet meer op mijn plaats.  Daarna speelde ik nog vijf of zes jaar in derde bij Zwevegem.  Daarop volgden twee jaar bij Harelbeke, eerst als speler-trainer, daarna gewoon als speler.  Ten slotte voetbalde ik eerst een jaartje bij Pittem en dan nog twee jaar bij Hoger Op Wingene.   Na het échte voetbal speelde ik nog een lange tijd minivoetbal, ook in competitieverband.  Tot ik 59 was.  

In het Cerclemuseum lees ik: "Desmaele speelde later nog een  erg belangrijke rol in de voetbalschool van Cercle."  Wat moeten onze lezers zich  bij die 'voetbalschool'  voorstellen?  En wat was jouw bijdrage daar?

Ja, waar het om gaat, spreekt eigenlijk vanzelf.  In de voetbalschool leren de jongste voetballertjes de meest elementaire onderdelen van het voetbalspel: een bal stoppen, een pass geven, enz.  Het is belangrijk dat zij er plezier aan beleven.  En dat doen ze, de meesten.  Zij althans die komen omdat ze daar zelf op staan; zij dus die het doen omdat het balspelletje hen kriebelt of omdat ze ambitieus zijn.  In de voetbalschool ben ik een jaar of tien actief geweest.  Anthony en Christophe Annicaert en Geoffrey Claeys waren bij de beste van mijn 'leerlingen'.  Ik liet het al vermoeden, één risico is er wel verbonden aan een initiatief als dit: het komt wel eens voor dat pa en ma meer geïnteresseerd zijn in een 'interessante' kinderopvang dan in de voetbalambities van hun kinderen.  Dat risico is nu groter dan vroeger omdat onze spelertjes negen en tien jaar oud waren terwijl er nu aanzienlijk vroeger gestart wordt.  Toch is Cercles voetbalschool iets prachtigs: wie het voetbal in zijn bloed heeft, kan er niet te vroeg mee beginnen. 

Als ik wegga bij Philemon komt hij erop terug: "Vijftig procent - voor succes in het voetbal maakt kameraadschap vijftig procent uit".  En hij voegt eraan toe: " 'k Denk niet dat Glen De Boeck me zou tegenspreken – je moet het maar kunnen, zo'n uitgebreide groep tevreden houden, ook als het niet mogelijk is dat iedereen aan zijn trekken komt zoals hij het wel zou wensen!  Wringt het in een groep, dan gaat het niet..."  En Jenny doet uitgeleide met een paar andere overwegingen: "We hebben schone jaren gehad, heel de familie was erbij betrokken.  En ook nu nog zijn er kinderen en kleinkinderen die er groen-zwart uitzien, van binnen en van buiten.  'k Vind dat prima, maar juist zoals Philemon en ikzelf  mogen ze niet fanatiek worden...”

(Georges Volckaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
#CERCLERETRO | Kurt Soenens en Yves Feys

Vrijdagavond om 20u streamen we een echte klassieker op onze mediakanalen: dan gaan we zo'n 23,5 jaar terug in de tijd naar 12 september 1996, toen Cercle Brugge het in de 1/16e finales van de Europacup 2 opnam tegen Brann Bergen! 

Oud-spelers Yves Feys en Kurt Soenens kijken alvast reikhalzend uit naar de partij: Terwijl Soenens een foto, in Cercleshirt nota bene, met zijn zoon instuurde, stuurde Yves Feys een videoboodschap in. Bekijk beide berichtjes hieronder!

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Charlotte Hoeman

In de catacomben van Jan Breydel vinden we slechts één vrouw terug. Het betreft diëtiste Charlotte Hoeman. Een diëtiste in de medische staf? Jawel. Voeding is een zeer voornaam aspect in het leven van een sportman/vrouw. Vandaar dat Charlotte bepaalt wat de spelers eten en ze maakt o.a. ook de sportdrankjes voor hen klaar.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Vele onzekerheden, één zekerheid


Een bericht van voorzitter Vincent Goemaere en CEO Oleg Petrov:
 

Beste fans en sympathisanten van Groen-Zwart,

2020 is een jaar dat we niet gauw zullen vergeten. Niet op sportief vlak, met de fantastische eindsprint naar de redding (het beloofde feestje hebben jullie nog tegoed), niet op extrasportief vlak, met de wereldwijde gevolgen van de uitbraak van het coronavirus.

Die uitbraak zorgt ook op sportief vlak voor vele onzekerheden. We weten niet wanneer we weer zullen mogen voetballen, we weten niet onder welke omstandigheden dat zal zijn, we weten niet welke de financiële gevolgen voor de hele voetbalwereld zullen zijn.

Dat betekent ook dat we nu nog geen antwoord kunnen geven op jullie vragen over de contractbesprekingen met onze coach Bernd Storck, onze technische staff en de spelerskern. Maar zodra we daarover nieuws hebben, zijn jullie de eersten om dat te vernemen. 

Er is alvast wel één zekerheid: we blijven samen hard werken aan de toekomst van onze vereniging. Meer dan ooit geldt de slogan ‘Never give up’. Leve Cercle!

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Dany Verlinden

Twee jaar geleden “spoelde” Dany Verlinden aan langs de groene kant van Jan Breydel.  Enigszins een verrassing want de Europese recordhouder (zie verder) bracht het grootste deel van zijn carrière langs de noordelijke kant van het stadion door.  Her en der was er wat gemor in de groene gelederen, maar het stormpje ging al snel liggen en ondertussen voelt Dany zich hier goed thuis.
Tijd voor een gesprekje dus.

Dany, je kende slechts drie ploegen (jeugdwerking inclusief) in je actieve carrière, als profvoetballer zelfs slechts twee.  Je bent behoorlijk honkvast?

Ik startte met voetballen bij de jeugd van Ourodenburg en vervolgens vanaf mijn twaalf jaar bij Lierse waar ik alle jeugdrangen doorliep en in de A-kern terechtkwam.  Ik bleef bij Lierse tot mijn 25e, waarna ik in 1988 vertrok naar Club.  Daar speelde ik tot 2004.  Van 2004 tot 2011 bleef ik er als keeperstrainer.
Honkvast?  Nu, dat was wel zo in die tijd.  Je was als speler eigendom van de ploeg en de spelers bleven ook langer bij die ploeg.  Er gebeurden wel transfers, maar toch heel wat minder als nu.  Nu ben je vrij als je einde contract bent en ga je waar je wilt.  Dat was vroeger bij ons niet het geval.

Je palmares is niet min.  Vijf maal kampioen, vijf maal Bekerwinnaar, tien maal Supercupwinnaar en tweemaal “keeper van het jaar”.  Maar ondanks dat palmares heb je maar één “cap” als Rode Duivel?

Op dat ogenblik was er een generatie van heel goede jonge, en iets minder jonge, keepers.  Vande Walle, Preud’homme, De Wilde, Bodart, noem maar op.  Als je in die generatie valt is het vaak moeilijk.  De bondscoach moet keuzes maken.  Je hebt er immers maar één in doel en één op de bank nodig.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Dylan De Belder roept op: “Blijf met ons in contact dankzij de #CercleChallenge!”

Ook in coronatijden willen onze spelers met jullie in contact blijven. Een aangezien dat niet in het stadion kan, heeft Dylan De Belder een creatieve oplossing bedacht: de Cercle Challenge!

Het opzet? Laat ons via social media weten welke uitdaging jij door een Cerclespeler wil gerealiseerd zien. Van tien keer pompen tot het meezingen van jouw lievelingslied: onze spelers doen het allemaal! Gebruik op Facebook, Twitter of Instagram de hashtag #CercleChallenge (of stuur het ons via privébericht door), laat tegelijk weten voor welke speler de challenge is bedoeld en onze spelers gaan aan de slag! 

Nog een tip: misschien zijn onze spelers nóg gemotiveerder als jij het eerst even voordoet in een filmpje...
 

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws als eerste in je mailbox!