koop tickets online

Shot-online retro: Ghislain Somers geïnterviewd (herpublicatie)

RETRO                                                                                             

Een gelukkig toeval…  

Ghislain Somers geïnterviewd

(nvdr: dit is een herpublicatie van een interview dat in april 2011 verscheen in SHOT.  Dit artikel is in combinatie met het spelersinterview elders op “SHOT-online” (“Praatje met een speler”) met Thibo Somers, zijn neef die recent een semi-profcontract ondertekende.  Ghislain overleed op 4 juli 2015)

“Je hoort dat die mens dat graag vertelt.” Terloops vangt mijn vrouw enkele flitsen op van het bandje dat ik beluister na het interview met Ghislain Somers. Ghilains enthousiasme is zo aanstekelijk dat mijn echtgenote even blijft staan. Het treft haar dat Ghislain zo geniet van wat hij laat horen. De mond die overloopt van datgene waar het hart van vol is, is de spraakfontein van een groentje. Maar het betreft dan wel een groentje van 83 jaar! Zijn eerste van 80 matchen bij het Groen-Zwarte fanionelftal speelde hij in januari 1947, ruim 64 jaar geleden dus. En vanzelfsprekend dat Ghislain grasgroen was, was het geenszins. Vier broers van hem, wel degelijk elkeen van zijn vier broers, trokken een blauw-zwart shirt aan. Nu zou het mooi zijn als ik kon toevoegen dat Ghislain zo overtuigd groen was, dat het nooit bij hem had kunnen opkomen met hetzelfde voetbalplunje als dat van zijn broers voor de dag te komen. Doch, neen, zoals spoedig zal blijken, was het zomaar het toeval dat Ghislain de goede kant uitstuurde. Maar, zo zegt hij uitdrukkelijk, het was een gelúkkig toeval! 

Wellicht heb je alle rangen van de Cerclejeugd doorlopen, Ghislain?

Neen, dat deed ik niet. Maar het is een vreemd verhaal, hoor. Wat nu niet meer denkbaar is, kon vroeger wel. Als kind al deed ik niets liever dan voetballen. Ik woonde in Brugge, in de Sint-Gillisparochie. Met onze school speelden we af en toe tegen andere scholen. Toen ik wou meespelen, mocht ik niet, tenzij ik een kaart ondertekende. Dat deed ik dan ook. Het bleek dat ik me zo bij Cercle aangesloten had. Misschien een maand later moest ik weer een kaart ondertekenen om opnieuw mee te mogen spelen. En dat was een aansluitingskaart bij Club. Natuurlijk deed ik dat. Voor mij leek dat allemaal zonder enig belang. ‘k Ging weg van school toen ik 14 was, en na enkele jaren voetbalde ik – als goalkeeper! – bij … Ruddervoorde! Toen kwam er een man voor de dag die doorhad dat ik eigenlijk enkel en alleen bij Cercle aangesloten was, en hij hevelde mij over naar de Cerclejuniors. Aan die man zou ik verder nog veel te danken hebben, hij steunde mij in alles. En die man, dat was … Edmond Van Iseghem. Hoewel heel Sint-Gillis blauw in- en uitademde, hoewel mijn vader en mijn broers blauw waren tot achter hun oren, speelde ik bij Cercle – eerst bij de juniors, een paar matchen slechts als keeper, en daarna bij de reserves en de eerste ploeg, als middenvelder, soms aanvallend maar liever verdedigend. En ‘k heb het mij nooit beklaagd, ik was graag bij Cercle.

Foto: Ghislain met jeugdige tiener Thibo

Cerle Brugge KSV

Je kwam een eerste keer in Cercles eerste elftal in januari 1947, halfweg het seizoen. Dat was zowat de tijd dat Robert Braet zijn keeperstrui definitief opborg. Wat herinner jij je nog uit die begintijd van je Cerclecarrière?

In 1946-’47 speelde ik maar twee matchen bij ‘de groten’. In mijn eerste match, op Stade Leuven, verloren we met 2-1, en al scoorde ik in mijn maidenmatch, toch werd ik het zwarte schaap nadat we de volgende week thuis tegen Racing Doornik opnieuw verloren. 0-1 werd het toen. Maar ik speelde ook wel graag bij de reserves, want dan mocht ik ook corporatief spelen, bij ‘de Brugeoise’, en daar werkten we fantastische competities af, met ploegen uit heel het land en waarin veel goede spelers uitkwamen, zelfs uit de Ere-afdeling, uit de hoogste klasse dus van ons nationaal voetbal. Met Robert Braet heb ik niet samen in competitie gespeeld, alleen maar één vriendenmatch. Als Braet mij voor ogen komt, zie ik hem altijd iets doen wat vroeger toegelaten werd: je mocht met de borst een tegenstrever afweren. Robert heeft er zo veel van zich weggeduwd. ’t Was soms komisch, zeker als Braet bijna dubbel zo groot was als het mannetje dat op hem afkwam. Maar voor mij was het mooiste dat ik als ‘jong gastje’ in een prachtige groep kameraden terechtkwam. Misschien kan ik ze nog wel allemaal zomaar voor mijn ogen zien paraderen: Fernand De Corte, Etienne De Grande, Roger Claeys, Sylvère Vanden Berghe, Maurice Crépain, Fernand Van Middel, Gaston Maes, Etienne Wybaillie, Adhemar Slabbinck, Mon Verté, Pietje Roggeman, Marcel Pertry, Joël Hoste, André Heyns, Pierre Schotte, André Cherlet…

"En spélen, dat was het eerste waar het op aankwam"


Het jaar daarop was je beste Cerclejaar. Cercle eindigde als vijfde, daarna driemaal als elfde en tijdens je laatste seizoen kwam Groen-Zwart als vijftiende veel te kort om in het nieuwe Excellentie te belanden en moest het op betere tijden hopen in de derde afdeling.

1947-’48 was míjn beste jaar niet, want ik speelde maar tien matchen. In mijn voorlaatste jaar, ’50-51, mocht ik 26 keren de groene mat op. Ik brak pas echt door toen ‘oude rat’ Gaston Maes het voor bekeken hield. Ja, al die jaren braken we geen potten, maar toch speelden wij vol inzet en overgave. En spélen, dat was het eerste waar het op aankwam. Niet dat we ons ooit vooraf verloren gaven – elke match wilden we winnen! – maar voor wie circuleerde tussen de reserves en de eerste ploeg was meespelen prioritair. Zo was ik er in 47-48 jammer genoeg niet bij toen de eerste naoorlogse Brugse derby’s gespeeld werden tegen het gedegradeerde Club: 1-1 thuis en 2-1 verlies op de Klokke. ’t Jaar daarna speelde Cercle op eigen veld weer gelijk, maar op Club werd het een 6-0 pandoering. ‘k Herinner me, helaas, meer zware nederlagen voor Groen-Zwart dan het tegenovergestelde. In dat beste, voorlaatste seizoen van mij was ik er tweemaal bij toen we niet te verteren afstraffingen kregen van White Star: 1-7 en 6-1. In de ene match moest ik Straetmans proberen in toom te houden, in de andere Hippolyte Van den Bosch, die later voor Anderlecht uitkwam. Dat waren zeker van de sterkste tegenspelers tegen wie ik ooit uitkwam. En voorin liep daar bij White Star ook nog een goalgetter als Leonce Dimanche. 

Zelf heb ik jouw Cerclejaren als knaap meebeleefd. In mijn kinderogen waren spelers als bijvoorbeeld Adi Slabbinck, Marin Roje of Marcel Pertry zulke supersterren dat ik me nauwelijks kon indenken dat er nog betere voetballers bestonden, op de internationalen na die voor mij buiten elke categorie vielen. Hadden die Cerclemonumenten meegekund in eerste klasse?

Ik heb altijd gespeeld in wat nu de tweede klasse genoemd wordt, en als je naar de toen behaalde resultaten kijkt, kan het toch niet dat Cercle uit supervedetten zou bestaan hebben. Maar je noemt daar toch wel drie bijzonder goede spelers. Roje was een heel sterke back, wat hij als ‘de held van Ankara’ ook bij de nationale militaire ploeg heeft bewezen. Pertry was een schitterende ‘centrefor’, heel snel, met een hard shot, zowel links als rechts. En Slabbinck, die was een krak van een stopper, maar ‘k weet niet of hij in eerste klasse had meegekund. Hij was toch eerder een speler van ‘mij niet voorbij’ en ‘hard en verre’. Voor ons was Adi een rots, maar in het voetbal van vandaag met al die korte pasjes zouden weinig trainers het voor hem gehad hebben.

En zelf? Wat voor een speler was jijzelf?

‘k Denk dat ik twee sterke punten had. Vooreerst had ik een goed speloverzicht. Als ik een bal in de voeten kreeg, had ik meestal vooraf al gezien naar wie ik die het best kon doorspelen. En desnoods mocht ik het leer gerust blindelings een lel geven ver naar de hoek toe. Ik trainde daar speciaal op. De trainer – ‘k geloof dat het Vanden Bempt was – zei: “Als je naar de cornervlag shot, moet er daar altijd één in de buurt zijn om de bal op te vangen,” en zo moest ik op training voortdurend van een heel eind ver de cornervlag viseren. Naast een klare kijk op het spel, waardeerden mijn medespelers vooral mijn kopspel. Dat ik goed kon koppen, was geen toeval, maar ook voor een stuk aan een trainer te danken. Waar later de chalet kwam te staan, was er toen nog een open plek, en Louis Baes liet daar een galg plaatsen. Jawel, een galg! Niet om ons af te schrikken, maar om al koppend de bal door de lus te krijgen. Durfde ik wat vroeg naar de training te komen, dan riep Louis: “Ghislain, koppen, hé!”. ‘k Zie me nog bezig, soms twintig minuten aan een stuk, springen en koppen, springen en koppen, … In diezelfde ruimte was er ook een muurtje waartegen we onze mindere voet moesten oefenen, en ‘k heb er véél ballen tegen mogen trappen want ‘k had maar één voet, mijn rechtse.

Je was pas 25 toen jij je laatste Cerclematch speelde. Net zoals bij je debuut was het seizoen pas halfweg, weer was het in januari. Dat is eigenaardig…

13 januari 1952. Cercle ontvangt het niet zo sterke Vigor Hamme, en toch wordt het 0-5. Het giet water. Het speelt zich vlak voor de grote tribune af. Pieters, een vent lijk een boom, staat voor me, de bal in zijn voeten. Ik denk dat hij me zal proberen te passeren maar, neen, patat, keihard schiet hij de loodzware bal in mijn gezicht, onderaan mijn voorhoofd. Ik val in ’t gras, “van mezelven”. Ze gieten een halve emmer ijskoud water over mijn gezicht, en ik strompel weer het veld op. ‘k Kom nauwelijks aan de bal, altijd een stap te kort, en krijg ik die toch eens aan mijn voeten, dan zwijmel ik evenzeer naar mijn eigen keeper toe als naar het doel van Hamme. Tot ik van het veld genomen word. ’s Anderendaags heb ik koppijn, ga niet werken, speel ’s avonds een partijtje lotto en val plots pardoes op de grond. Ik was volledig lam. Zes weken lang, en daarna nog een hele tijd gedeeltelijk. Cercle laat me naar de dokter gaan die aangesteld is door de ‘Assurance’. Voordat ik wegga, zegt die man: ‘Als ze komen van de Assurance moet je zeggen dat ik je een ‘pikeure’ in je ruggengraat gegeven heb.’ Ze komen, en al is het niet waar, ik zeg wat me opgelegd is. Daarna ga ik naar mijn huisdokter. Die onderzoekt me grondig en hij zegt tegen mijn vrouw, in alle ernst: “Madame, je bent te beklagen, Ghislain zal lam blijven of hij zal zot worden.” Ik kom terecht bij dokter Dehaene, neuroloog, Jean-Lucs vader. Minstens drie keren moet ik hem nauwkeurig vertellen wat er allemaal gebeurd is. Hij zorgt ervoor dat ik nog minstens een maand moet thuisblijven van mijn werk.

"één keer stonden er vier Somersen tegelijk op het veld"

 

Cerle Brugge KSV

Maar je hebt nog gevoetbald nadien, lang zelfs, zij het niet meer bij Cercle?...

Al kan ik niet beschrijven wat wij allemaal hebben meegemaakt, toch was ik er het volgende seizoen weer bij als de trainingen op Cercle begonnen. Ik kreeg echter een papiertje voor mijn neus geschoteld dat ik moest ondertekenen en dat kwam erop neer dat de Assurantie me niet meer aanvaardde. Heeft dat nu met die gefantaseerde ‘pikeure’ te maken? Ik weet het niet. Hoe dan ook, ’t kwam erop neer dat ik alleen nog op  eigen risico kon verder spelen. Natuurlijk heb ik dat geweigerd – ‘k was niet alleen niet lam meer, maar ‘k was ook niet zot! ‘k Heb dan een seizoen stilgelegen, en daarna nog wel een jaar of tien bij Ruddervoorde gespeeld, gedekt door… dezelfde Assurantie! Ook corporatief heb ik nog heel veel voetbalvreugde en -succes gekend, eerst bij de Brugeoise, dan bij Glaverbel en dan weer bij de Brugeoise. Bij Ruddervoorde begon ik als speler, werd dan speler-trainer en eindigde als trainer. Bij Cercle wisten ze heel goed dat ik weer goed op dreef was, maar ze gooiden geen visje uit…

Foto: De broers Gilbert, Ghislain en Robert Somers en de 11-jarige Thibo

Je hebt het een gelukkig toeval genoemd dat je bij Cercle terechtkwam. Je bent toch niet in onvrede weggegaan? 

‘k Was kwaad op Cercle. ‘k Wilde niet meer naar Cercle gaan kijken. Maar men zegt dat de tijd alle wonden geneest. En ja, heel lang al klopt er hier binnenin weer iets waardoor ik intens meeleef met al wat Groen-Zwart is. En dat is nog sterk toegenomen sinds Thibo bij Cercle speelt. Thibo is Lucs zoon, en Luc is de zoon van Gilbert, mijn broer die in leeftijd direct na mij komt en die ook bij Club gespeeld heeft, maar niet zoveel als mijn andere drie broers. Men zegt me dat Thibo echt goed is, en alleszins zijn z’n vader en hijzelf heel content bij Cercle.  

Over de vijf voetballende broers Somers moeten we alleszins ook nog een en ander zeggen. Was het oorlog bij jullie thuis destijds tussen jou en die vier blauwe?

We hebben nooit alle vijf in een zelfde match gespeeld, en maar één keer stonden er vier Somersen tegelijk op het veld, en ’t ging dan nog om een vriendenmatch. Onze ouders hadden vijf zonen in negen jaar. Adrien was de oudste, van 1925. Hij speelde 321 matchen bij Club. Hij was in alles streng voor zichzelf, was zo een beetje een filosoof, hij wist van alles en wij luisterden en keken op naar hem. Er was veel Clubvolk en ook nogal wat Cerclevolk op zijn begrafenis, in augustus 2008. Ik ben van 1927, Gilbert van ’29, René van ’30 en Robert van ‘34. Je vroeg hoe het er thuis aan toeging. Wel, veel supporters van Club en Cercle konden elkaar niet verdragen maar de spelers zelf kenden elkaar heel goed en bijvoorbeeld in de dug-out voor een match maakten we meer plezier dan dat we mekaar in het haar zaten. Zo verliep het thuis ook. In het slechtste geval viel er wel eens een niet zo zacht woordje, maar daar bleef het bij. Vader ging meestal naar Club maar soms ook naar Cercle, moeder trok zich van geen voetbal aan, en wij, wij waren meer broers van elkaar dan dat we groen of dat wij blauw waren. 

Voetbalminnend Brugge daverde op zijn grondvesten toen Robert in 1962 naar Cercle trok. Geen ‘blauwen’ en geen ‘groenen’ die dat mogelijk had geacht…

Met als clou dat Robert scoorde in de eerste derby die Cercle na meer dan 30 jaar op de Klokke won. Het werd 1-3. Jarenlang hadden de Clubsupporters er zich aan geërgerd dat Robert zo moeilijk de weg naar de goal vond, jarenlang hadden Cerclesupporters daar plezier aan beleefd, en nu scoorde Robert voor Groen-Zwart en dan nog wel tegen Club. Bij een magistraal schot van bijna aan de middenlijn zoefde de bal warempel tegen het net van kameraad Fernand Boone! Robert speelde drie jaar bij Cercle, 57 competitiematchen, 5 bekermatchen en hij scoorde driemaal. Dat Robert naar Cercle kon overgaan, laat nog eens zien dat de kloof tussen blauw en groen bij ons niet zo onoverkomelijk was. Adrien was misschien nog de hardste Clubman, maar dat neemt niet weg dat hij trouwde met de zus van Pietje Roggeman.

Ik mag dit interview niet afsluiten zonder eresaluut aan Maria, Ghislains vrouw, die altijd alles van heel nabij meebeleefde en blijft meebeleven. Ook het interview. Ghislain grapte dat hij onlangs de dokter verteld had dat hij nog 17 jaar geduld moest hebben met hem, want dat hij 100 jaar zou worden. “Dat kan best,” zei de dokter, maar hij  vreesde dat het voor Maria, even oud als Ghislain, moeilijker zou te realiseren zijn. Maria komt beter voor de dag dan Ghislain, haar rugpijn zie je niet, terwijl je er niet naast kunt kijken dat Ghislain voor al zijn doen en laten aan haar overgeleverd is. Zij is, hoe moeizaam en veeleisend het ook mag zijn, Ghislains armen en zijn benen. Ook met twee ‘nieuwe’ knieën lukt het Ghislain niet zich alleen te verplaatsen. Het is bijzonder jammer dat ook zijn rechterarm weigert te functioneren. Heel de living hangt vol met schilderijtjes en pentekeningen, vrucht van één van de hobby’s die hij  heeft moeten opgeven.  Fietsen kan Ghislain uiteraard al lang niet meer, hoe gedetailleerd de statistieken ook zijn van zijn vroegere ritten als eenzame fietser. Ook de Beernemse wandel’vereniging’ behoort tot het verleden, net zoals het afdrukken van duizenden dia’s, die hij wel nog regelmatig bekijkt. En toch, en toch liet het bandje met het interview niet alleen horen hoe graag ‘die mens’ vertelt, even overtuigend drukte Ghilains enthousiasme uit hoe graag hij lééft.

(Georges Volckaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Retro - Kristof Snelders geïnterviewd

Retro

Kristof Snelders
 

Voetbalgenen…    


 

Grootvader René wist dat hij net iets te kort kwam om het als voetballer ver te schoppen, maar al was het niet meer dan één jaar, toch draafde hij bij ‘den Antwerp’ het veld op in ’s lands hoogste afdeling.  Vader Eddy ging bij dezelfde rood-witten in Eerste Nationale van start, en bij zes verschillende ploegen totaliseerde hij, asjeblief, 594 matchen!  Eén keer trok hij de trui van de Rode Duivels aan, en later  werd hij nog hulptrainer van ons nationaal team .  Kristof kende veel voetbalvreugde.  Hij speelde slechts twee jaar bij Cercle, maar bij geen enkele andere Vereniging straalde hem zoveel warmte van medespelers en supporters tegen als bij Groen-Zwart.  En of zoontje Charle het ziet zitten bij de U-9 van overgrootvaders Great Old?  Natuurlijk!
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Dylan Vanhaeren

Op gesprek met Dylan Vanhaeren, jeugdsecretaris. 

Het doek over het voetbalseizoen 2018-2019 is gevallen. SHOT-online gaat de zomerstop in met de voorstelling van Cercles nieuwe jeugdsecretaris. De Cercle-jongeren spelen intussen mee op ’s lands hoogste niveau, reden genoeg voor een gesprek met Dylan Vanhaeren en zijn visie op de groenzwarte jeugd.

 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Raymond De Corte

Groen bloed


Duizenden jonge voetballertjes, waarvan verschillende nu rijpere zestigers zijn en de jongste thans late tieners, traden ooit aan op het “Tornooi De Corte”.  Dit tornooi hield een halve eeuw stand.  Wellicht een unicum. 
De oprichter was Joseph De Corte, na acht jaar nam zoon Raymond het voor … 42 jaar over.  Om de titel “traditievereniging” en “familievereniging” in deze meer zakelijke voetbaltijden te ondersteunen, en, alleen al om respect te tonen voor die jarenlange sponsoring t.v.v. de Brugse jeugd, sprak ik met Raymond af in “Grill-restaurant Parrilla” te Assebroek om een praatje te maken.
Zijn wederkerige vorm van respect kwam er extra bij doordat hij ook Chris Verbeke en Pierre Lammens, twee mensen die zich jarenlang daadwerkelijk ingezet hebben voor het “Tornooi De Corte”, mee uitnodigde aan tafel.

 

Beweren dat de familie De Corte Cerclemensen zijn, is een open deur intrappen?

In mijn vaders hart zat er een Cerclevlag, en hij had groen bloed ook (lacht).  Vanaf mijn zes jaar ging ik aan de hand van vader naar het Egard De Smedt stadion.  Ik ben nu 81 jaar en heb in al die tijd slechts twee seizoenen gemist toen  ik in Afrika werkte.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Louis-Philippe Depondt

SHOT sprak met …


Louis-Philippe Depondt


Jong bloed. 


SHOT sprak tijdens de winterstop met Louis-Philippe Depondt, de jonge en nieuwbakken communicatie- en persverantwoordelijke bij Cercle. Supporters zo nauw mogelijk aan de Vereniging binden en ‘het merk’ Cercle promoten zijn de groen-zwarte drijfveren van de enthousiaste Torhoutenaar.

Je bent vrij recent bij Cercle aangekomen. Stel je even jezelf voor?

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Sven Vandendriessche

Teammanager


Marc Van Lysebetten (voorheen bij AA Gent) werd aanvang dit seizoen aangeworven voor de functie van teammanager, na het vertrek van Nicolas Cornu die deze taak twee seizoenen waarnam .  Marc is echter een tijd onbeschikbaar wegens medische redenen en de vierenveertig jarige Sven Vandendriessche, die eerder ook voor deze functie solliciteerde, neemt actueel deze taak waar.
De seizoensaanvang is een zeer drukke periode voor de teammanager.  Vandaar dit artikel.   
Tijd dus om Sven even aan de Cercle-supporters voor te stellen, evenals een overzicht te geven waar hij zich zoal dient mee bezig te houden.

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws per mail!