koop tickets online

Shot-online retro: Ghislain Somers geïnterviewd (herpublicatie)

RETRO                                                                                             

Een gelukkig toeval…  

Ghislain Somers geïnterviewd

(nvdr: dit is een herpublicatie van een interview dat in april 2011 verscheen in SHOT.  Dit artikel is in combinatie met het spelersinterview elders op “SHOT-online” (“Praatje met een speler”) met Thibo Somers, zijn neef die recent een semi-profcontract ondertekende.  Ghislain overleed op 4 juli 2015)

“Je hoort dat die mens dat graag vertelt.” Terloops vangt mijn vrouw enkele flitsen op van het bandje dat ik beluister na het interview met Ghislain Somers. Ghilains enthousiasme is zo aanstekelijk dat mijn echtgenote even blijft staan. Het treft haar dat Ghislain zo geniet van wat hij laat horen. De mond die overloopt van datgene waar het hart van vol is, is de spraakfontein van een groentje. Maar het betreft dan wel een groentje van 83 jaar! Zijn eerste van 80 matchen bij het Groen-Zwarte fanionelftal speelde hij in januari 1947, ruim 64 jaar geleden dus. En vanzelfsprekend dat Ghislain grasgroen was, was het geenszins. Vier broers van hem, wel degelijk elkeen van zijn vier broers, trokken een blauw-zwart shirt aan. Nu zou het mooi zijn als ik kon toevoegen dat Ghislain zo overtuigd groen was, dat het nooit bij hem had kunnen opkomen met hetzelfde voetbalplunje als dat van zijn broers voor de dag te komen. Doch, neen, zoals spoedig zal blijken, was het zomaar het toeval dat Ghislain de goede kant uitstuurde. Maar, zo zegt hij uitdrukkelijk, het was een gelúkkig toeval! 

Wellicht heb je alle rangen van de Cerclejeugd doorlopen, Ghislain?

Neen, dat deed ik niet. Maar het is een vreemd verhaal, hoor. Wat nu niet meer denkbaar is, kon vroeger wel. Als kind al deed ik niets liever dan voetballen. Ik woonde in Brugge, in de Sint-Gillisparochie. Met onze school speelden we af en toe tegen andere scholen. Toen ik wou meespelen, mocht ik niet, tenzij ik een kaart ondertekende. Dat deed ik dan ook. Het bleek dat ik me zo bij Cercle aangesloten had. Misschien een maand later moest ik weer een kaart ondertekenen om opnieuw mee te mogen spelen. En dat was een aansluitingskaart bij Club. Natuurlijk deed ik dat. Voor mij leek dat allemaal zonder enig belang. ‘k Ging weg van school toen ik 14 was, en na enkele jaren voetbalde ik – als goalkeeper! – bij … Ruddervoorde! Toen kwam er een man voor de dag die doorhad dat ik eigenlijk enkel en alleen bij Cercle aangesloten was, en hij hevelde mij over naar de Cerclejuniors. Aan die man zou ik verder nog veel te danken hebben, hij steunde mij in alles. En die man, dat was … Edmond Van Iseghem. Hoewel heel Sint-Gillis blauw in- en uitademde, hoewel mijn vader en mijn broers blauw waren tot achter hun oren, speelde ik bij Cercle – eerst bij de juniors, een paar matchen slechts als keeper, en daarna bij de reserves en de eerste ploeg, als middenvelder, soms aanvallend maar liever verdedigend. En ‘k heb het mij nooit beklaagd, ik was graag bij Cercle.

Foto: Ghislain met jeugdige tiener Thibo

Cerle Brugge KSV

Je kwam een eerste keer in Cercles eerste elftal in januari 1947, halfweg het seizoen. Dat was zowat de tijd dat Robert Braet zijn keeperstrui definitief opborg. Wat herinner jij je nog uit die begintijd van je Cerclecarrière?

In 1946-’47 speelde ik maar twee matchen bij ‘de groten’. In mijn eerste match, op Stade Leuven, verloren we met 2-1, en al scoorde ik in mijn maidenmatch, toch werd ik het zwarte schaap nadat we de volgende week thuis tegen Racing Doornik opnieuw verloren. 0-1 werd het toen. Maar ik speelde ook wel graag bij de reserves, want dan mocht ik ook corporatief spelen, bij ‘de Brugeoise’, en daar werkten we fantastische competities af, met ploegen uit heel het land en waarin veel goede spelers uitkwamen, zelfs uit de Ere-afdeling, uit de hoogste klasse dus van ons nationaal voetbal. Met Robert Braet heb ik niet samen in competitie gespeeld, alleen maar één vriendenmatch. Als Braet mij voor ogen komt, zie ik hem altijd iets doen wat vroeger toegelaten werd: je mocht met de borst een tegenstrever afweren. Robert heeft er zo veel van zich weggeduwd. ’t Was soms komisch, zeker als Braet bijna dubbel zo groot was als het mannetje dat op hem afkwam. Maar voor mij was het mooiste dat ik als ‘jong gastje’ in een prachtige groep kameraden terechtkwam. Misschien kan ik ze nog wel allemaal zomaar voor mijn ogen zien paraderen: Fernand De Corte, Etienne De Grande, Roger Claeys, Sylvère Vanden Berghe, Maurice Crépain, Fernand Van Middel, Gaston Maes, Etienne Wybaillie, Adhemar Slabbinck, Mon Verté, Pietje Roggeman, Marcel Pertry, Joël Hoste, André Heyns, Pierre Schotte, André Cherlet…

"En spélen, dat was het eerste waar het op aankwam"


Het jaar daarop was je beste Cerclejaar. Cercle eindigde als vijfde, daarna driemaal als elfde en tijdens je laatste seizoen kwam Groen-Zwart als vijftiende veel te kort om in het nieuwe Excellentie te belanden en moest het op betere tijden hopen in de derde afdeling.

1947-’48 was míjn beste jaar niet, want ik speelde maar tien matchen. In mijn voorlaatste jaar, ’50-51, mocht ik 26 keren de groene mat op. Ik brak pas echt door toen ‘oude rat’ Gaston Maes het voor bekeken hield. Ja, al die jaren braken we geen potten, maar toch speelden wij vol inzet en overgave. En spélen, dat was het eerste waar het op aankwam. Niet dat we ons ooit vooraf verloren gaven – elke match wilden we winnen! – maar voor wie circuleerde tussen de reserves en de eerste ploeg was meespelen prioritair. Zo was ik er in 47-48 jammer genoeg niet bij toen de eerste naoorlogse Brugse derby’s gespeeld werden tegen het gedegradeerde Club: 1-1 thuis en 2-1 verlies op de Klokke. ’t Jaar daarna speelde Cercle op eigen veld weer gelijk, maar op Club werd het een 6-0 pandoering. ‘k Herinner me, helaas, meer zware nederlagen voor Groen-Zwart dan het tegenovergestelde. In dat beste, voorlaatste seizoen van mij was ik er tweemaal bij toen we niet te verteren afstraffingen kregen van White Star: 1-7 en 6-1. In de ene match moest ik Straetmans proberen in toom te houden, in de andere Hippolyte Van den Bosch, die later voor Anderlecht uitkwam. Dat waren zeker van de sterkste tegenspelers tegen wie ik ooit uitkwam. En voorin liep daar bij White Star ook nog een goalgetter als Leonce Dimanche. 

Zelf heb ik jouw Cerclejaren als knaap meebeleefd. In mijn kinderogen waren spelers als bijvoorbeeld Adi Slabbinck, Marin Roje of Marcel Pertry zulke supersterren dat ik me nauwelijks kon indenken dat er nog betere voetballers bestonden, op de internationalen na die voor mij buiten elke categorie vielen. Hadden die Cerclemonumenten meegekund in eerste klasse?

Ik heb altijd gespeeld in wat nu de tweede klasse genoemd wordt, en als je naar de toen behaalde resultaten kijkt, kan het toch niet dat Cercle uit supervedetten zou bestaan hebben. Maar je noemt daar toch wel drie bijzonder goede spelers. Roje was een heel sterke back, wat hij als ‘de held van Ankara’ ook bij de nationale militaire ploeg heeft bewezen. Pertry was een schitterende ‘centrefor’, heel snel, met een hard shot, zowel links als rechts. En Slabbinck, die was een krak van een stopper, maar ‘k weet niet of hij in eerste klasse had meegekund. Hij was toch eerder een speler van ‘mij niet voorbij’ en ‘hard en verre’. Voor ons was Adi een rots, maar in het voetbal van vandaag met al die korte pasjes zouden weinig trainers het voor hem gehad hebben.

En zelf? Wat voor een speler was jijzelf?

‘k Denk dat ik twee sterke punten had. Vooreerst had ik een goed speloverzicht. Als ik een bal in de voeten kreeg, had ik meestal vooraf al gezien naar wie ik die het best kon doorspelen. En desnoods mocht ik het leer gerust blindelings een lel geven ver naar de hoek toe. Ik trainde daar speciaal op. De trainer – ‘k geloof dat het Vanden Bempt was – zei: “Als je naar de cornervlag shot, moet er daar altijd één in de buurt zijn om de bal op te vangen,” en zo moest ik op training voortdurend van een heel eind ver de cornervlag viseren. Naast een klare kijk op het spel, waardeerden mijn medespelers vooral mijn kopspel. Dat ik goed kon koppen, was geen toeval, maar ook voor een stuk aan een trainer te danken. Waar later de chalet kwam te staan, was er toen nog een open plek, en Louis Baes liet daar een galg plaatsen. Jawel, een galg! Niet om ons af te schrikken, maar om al koppend de bal door de lus te krijgen. Durfde ik wat vroeg naar de training te komen, dan riep Louis: “Ghislain, koppen, hé!”. ‘k Zie me nog bezig, soms twintig minuten aan een stuk, springen en koppen, springen en koppen, … In diezelfde ruimte was er ook een muurtje waartegen we onze mindere voet moesten oefenen, en ‘k heb er véél ballen tegen mogen trappen want ‘k had maar één voet, mijn rechtse.

Je was pas 25 toen jij je laatste Cerclematch speelde. Net zoals bij je debuut was het seizoen pas halfweg, weer was het in januari. Dat is eigenaardig…

13 januari 1952. Cercle ontvangt het niet zo sterke Vigor Hamme, en toch wordt het 0-5. Het giet water. Het speelt zich vlak voor de grote tribune af. Pieters, een vent lijk een boom, staat voor me, de bal in zijn voeten. Ik denk dat hij me zal proberen te passeren maar, neen, patat, keihard schiet hij de loodzware bal in mijn gezicht, onderaan mijn voorhoofd. Ik val in ’t gras, “van mezelven”. Ze gieten een halve emmer ijskoud water over mijn gezicht, en ik strompel weer het veld op. ‘k Kom nauwelijks aan de bal, altijd een stap te kort, en krijg ik die toch eens aan mijn voeten, dan zwijmel ik evenzeer naar mijn eigen keeper toe als naar het doel van Hamme. Tot ik van het veld genomen word. ’s Anderendaags heb ik koppijn, ga niet werken, speel ’s avonds een partijtje lotto en val plots pardoes op de grond. Ik was volledig lam. Zes weken lang, en daarna nog een hele tijd gedeeltelijk. Cercle laat me naar de dokter gaan die aangesteld is door de ‘Assurance’. Voordat ik wegga, zegt die man: ‘Als ze komen van de Assurance moet je zeggen dat ik je een ‘pikeure’ in je ruggengraat gegeven heb.’ Ze komen, en al is het niet waar, ik zeg wat me opgelegd is. Daarna ga ik naar mijn huisdokter. Die onderzoekt me grondig en hij zegt tegen mijn vrouw, in alle ernst: “Madame, je bent te beklagen, Ghislain zal lam blijven of hij zal zot worden.” Ik kom terecht bij dokter Dehaene, neuroloog, Jean-Lucs vader. Minstens drie keren moet ik hem nauwkeurig vertellen wat er allemaal gebeurd is. Hij zorgt ervoor dat ik nog minstens een maand moet thuisblijven van mijn werk.

"één keer stonden er vier Somersen tegelijk op het veld"

 

Cerle Brugge KSV

Maar je hebt nog gevoetbald nadien, lang zelfs, zij het niet meer bij Cercle?...

Al kan ik niet beschrijven wat wij allemaal hebben meegemaakt, toch was ik er het volgende seizoen weer bij als de trainingen op Cercle begonnen. Ik kreeg echter een papiertje voor mijn neus geschoteld dat ik moest ondertekenen en dat kwam erop neer dat de Assurantie me niet meer aanvaardde. Heeft dat nu met die gefantaseerde ‘pikeure’ te maken? Ik weet het niet. Hoe dan ook, ’t kwam erop neer dat ik alleen nog op  eigen risico kon verder spelen. Natuurlijk heb ik dat geweigerd – ‘k was niet alleen niet lam meer, maar ‘k was ook niet zot! ‘k Heb dan een seizoen stilgelegen, en daarna nog wel een jaar of tien bij Ruddervoorde gespeeld, gedekt door… dezelfde Assurantie! Ook corporatief heb ik nog heel veel voetbalvreugde en -succes gekend, eerst bij de Brugeoise, dan bij Glaverbel en dan weer bij de Brugeoise. Bij Ruddervoorde begon ik als speler, werd dan speler-trainer en eindigde als trainer. Bij Cercle wisten ze heel goed dat ik weer goed op dreef was, maar ze gooiden geen visje uit…

Foto: De broers Gilbert, Ghislain en Robert Somers en de 11-jarige Thibo

Je hebt het een gelukkig toeval genoemd dat je bij Cercle terechtkwam. Je bent toch niet in onvrede weggegaan? 

‘k Was kwaad op Cercle. ‘k Wilde niet meer naar Cercle gaan kijken. Maar men zegt dat de tijd alle wonden geneest. En ja, heel lang al klopt er hier binnenin weer iets waardoor ik intens meeleef met al wat Groen-Zwart is. En dat is nog sterk toegenomen sinds Thibo bij Cercle speelt. Thibo is Lucs zoon, en Luc is de zoon van Gilbert, mijn broer die in leeftijd direct na mij komt en die ook bij Club gespeeld heeft, maar niet zoveel als mijn andere drie broers. Men zegt me dat Thibo echt goed is, en alleszins zijn z’n vader en hijzelf heel content bij Cercle.  

Over de vijf voetballende broers Somers moeten we alleszins ook nog een en ander zeggen. Was het oorlog bij jullie thuis destijds tussen jou en die vier blauwe?

We hebben nooit alle vijf in een zelfde match gespeeld, en maar één keer stonden er vier Somersen tegelijk op het veld, en ’t ging dan nog om een vriendenmatch. Onze ouders hadden vijf zonen in negen jaar. Adrien was de oudste, van 1925. Hij speelde 321 matchen bij Club. Hij was in alles streng voor zichzelf, was zo een beetje een filosoof, hij wist van alles en wij luisterden en keken op naar hem. Er was veel Clubvolk en ook nogal wat Cerclevolk op zijn begrafenis, in augustus 2008. Ik ben van 1927, Gilbert van ’29, René van ’30 en Robert van ‘34. Je vroeg hoe het er thuis aan toeging. Wel, veel supporters van Club en Cercle konden elkaar niet verdragen maar de spelers zelf kenden elkaar heel goed en bijvoorbeeld in de dug-out voor een match maakten we meer plezier dan dat we mekaar in het haar zaten. Zo verliep het thuis ook. In het slechtste geval viel er wel eens een niet zo zacht woordje, maar daar bleef het bij. Vader ging meestal naar Club maar soms ook naar Cercle, moeder trok zich van geen voetbal aan, en wij, wij waren meer broers van elkaar dan dat we groen of dat wij blauw waren. 

Voetbalminnend Brugge daverde op zijn grondvesten toen Robert in 1962 naar Cercle trok. Geen ‘blauwen’ en geen ‘groenen’ die dat mogelijk had geacht…

Met als clou dat Robert scoorde in de eerste derby die Cercle na meer dan 30 jaar op de Klokke won. Het werd 1-3. Jarenlang hadden de Clubsupporters er zich aan geërgerd dat Robert zo moeilijk de weg naar de goal vond, jarenlang hadden Cerclesupporters daar plezier aan beleefd, en nu scoorde Robert voor Groen-Zwart en dan nog wel tegen Club. Bij een magistraal schot van bijna aan de middenlijn zoefde de bal warempel tegen het net van kameraad Fernand Boone! Robert speelde drie jaar bij Cercle, 57 competitiematchen, 5 bekermatchen en hij scoorde driemaal. Dat Robert naar Cercle kon overgaan, laat nog eens zien dat de kloof tussen blauw en groen bij ons niet zo onoverkomelijk was. Adrien was misschien nog de hardste Clubman, maar dat neemt niet weg dat hij trouwde met de zus van Pietje Roggeman.

Ik mag dit interview niet afsluiten zonder eresaluut aan Maria, Ghislains vrouw, die altijd alles van heel nabij meebeleefde en blijft meebeleven. Ook het interview. Ghislain grapte dat hij onlangs de dokter verteld had dat hij nog 17 jaar geduld moest hebben met hem, want dat hij 100 jaar zou worden. “Dat kan best,” zei de dokter, maar hij  vreesde dat het voor Maria, even oud als Ghislain, moeilijker zou te realiseren zijn. Maria komt beter voor de dag dan Ghislain, haar rugpijn zie je niet, terwijl je er niet naast kunt kijken dat Ghislain voor al zijn doen en laten aan haar overgeleverd is. Zij is, hoe moeizaam en veeleisend het ook mag zijn, Ghislains armen en zijn benen. Ook met twee ‘nieuwe’ knieën lukt het Ghislain niet zich alleen te verplaatsen. Het is bijzonder jammer dat ook zijn rechterarm weigert te functioneren. Heel de living hangt vol met schilderijtjes en pentekeningen, vrucht van één van de hobby’s die hij  heeft moeten opgeven.  Fietsen kan Ghislain uiteraard al lang niet meer, hoe gedetailleerd de statistieken ook zijn van zijn vroegere ritten als eenzame fietser. Ook de Beernemse wandel’vereniging’ behoort tot het verleden, net zoals het afdrukken van duizenden dia’s, die hij wel nog regelmatig bekijkt. En toch, en toch liet het bandje met het interview niet alleen horen hoe graag ‘die mens’ vertelt, even overtuigend drukte Ghilains enthousiasme uit hoe graag hij lééft.

(Georges Volckaert)
 

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 218)

(periode van 31-12-1960 -> 07-01-1961)


Cercle

De groen-zwarten zaten in een dipje, dat was het minste wat over de huidige toestand kon gezegd worden.  Verloren op FC Mechelen (2-1) en thuis slechts gelijk gespeeld tegen Sporting Charleroi (2-2).  Na de goede resultaten eerder was dit een koude douche.  Hoog tijd dus om het in de volgende thuiswedstrijd, tegen Racing Doornik, over een andere boeg te gooien.  De hamvraag was uiteraard of deze theorie vlot in de praktijk kon omgezet worden.  “Vic Bergh” trok in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion.  Zou hij er getuige van zijn dat Cercle de gunstige kentering inzette of bleven de groen-zwarten in hetzelfde bedje ziek ?

“Cercle Brugge – Racing Doornik 0-0 : Cercle zonder doelschutters” : “Toen Cercle, spijt een doorlopende meerderheid er maar niet in slaagde de stug versterkte en gesloten Doornikse verdediging uit elkaar te krijgen en na ruim een uur spel nog steeds vruchteloos achter een doelpunt zocht, hoorden we de zo verkleefde en steeds luid aanmoedigende Maurice Bonte (alias Chareltje Mentebolle) met overtuiging roepen : “Het zal weer in het laatste kwartier moeten gebeuren”.  En inderdaad, naarmate het einde naderde van deze snel en hardbetwiste wedstrijd, nam de lokale druk op het Waalse doel nog toe, stuwde Perot onvermoeibaar zijn maats in de aanval en nam hij de Racingkeeper op de korrel.  Maar alles bleef vruchteloos, tegenover de vaak treuzelende en pingelende Brugse aanvallers namen de numeriek sterkere geel-zwarte verdedigers niet het minste risico en ruimden alles ongenadig hard en ver weg.  Zoals Charleroi de week tevoren, bereikte ook Racing Doornik thans haar doel door de lokalen in bedwang te houden en een kostbaar puntje te ontfutselen dat we, niettegenstaande de afgetekende Cerclemeerderheid, niet eens onverdienstelijk kunnen noemen.  Tegenover de opnieuw falende groen-zwarte voorlijn, die het zelden tot een snedige en gave doordrijvende actie bracht, huldigden de gasten een stevig versterkt “safety first”, dat weliswaar af en toe enkele gaten vertoonde en hard op de proef werd gesteld, maar vooral dank zij de effenaf puike keeping van Liénard, kranig standhield tot het einde.  Dit nieuw kostelijk verliespuntje mag gerust weer op de rekening van de lokale voorhoede geschreven worden, die nooit de juiste tred vond tegen een nochtans te kloppen bezoekende defensie en andermaal opvallend inspiratie, slagvaardigheid en zelfs samenhang miste, om dan nog niet te spreken van de onvoldoende schotvaardigheid en slordige afwerking.  We zien waarlijk niet goed in wie van de Cercleforwards zondag een doelpunt had kunnen scoren, al kwam het voorbeeld nog zo treffend van André Perot die de enige met schietpoeder in de schoenen was, maar een bijna onklopbare Liénard op zijn weg vond !  Hier werd heel treffend aangetoond dat de Brugse voorlijn niet meer bij de zaak is en vruchteloos de verloren forme aan het zoeken is.  De verpersoonlijking van dit falen vindt men in het presteren van Bailliu, die normaal de motor is van de voorhoede waarrond gans de aanvalsactie draait, maar die thans maar niet op gang geraakte.  Gilbert werkte en draafde wel als niet één en trachtte zich doorlopend vrij te spelen, zonder nochtans ooit de juiste tred of opening te vinden.  Als men er aan toevoegt dat zijn nevenmaats al te uitdrukkelijk op hem speelden en de verantwoordelijkheid van het besluiten meestal aan hem overlieten, zal het niemand verwonderen dat er weinig van terechtkwam.  Notteboom bleek evenmin op dreef en miste dan nog “de” kans van de wedstrijd toen hij door Perot vrij in het straatje werd gezonden en alleen voor doel nog ver naast plaatste.  Daels kende enkele goede flitsen maar miste regelmaat in zijn presteren en vooral preciesheid in zijn doelschieten.  Michiels van zijn kant acteerde heel ijverig tussen de lijnen, maar het ontbrak hem aan de juiste pas.  Ten slotte was er vooraan nog de jeugdige Flamée die zijn debuut deed als linksbuiten, daar waar hij in reserve meestal als kanthalf of inside optreedt.  Zijn eerste helft was heel bevredigend, want hij speelde goed op zijn lijn, gaf verzorgde passen weg en dreef enkele goede doelpogingen door, maar na de rust was het beste er bepaald van af.  Hij ging mee op in het treuzelend en te persoonlijk spel van de andere voorspelers en verbrodde zodoende tal van goed opgezette acties.  In Flamée zit er gewis stof van een flinke voetballer, alhoewel er nog heel wat dient geschaafd…  Toch achten we dit experiment niet mislukt en we zouden hem gerust nog een nieuwe kans geven.  Zonder volledig te overtuigen, kon Cercle in haar geheel toch beter bevredigen dan tegen Charleroi, die trouwens iets hoger dan Doornik mag aangeschreven worden.  Zondag zat er beslist meer geestdrift en zegewil in het acteren der groen-zwarten, maar het falen van de voorlijn en een zekere vermoeidheid en loomheid die op gans de ploeg en haar presteren weegt ontzegde hen een mogelijke overwinning.  Als we spreken van vermoeidheid, dan baseren we ons hiervoor bijzonder op de verklaringen van de Cerclespelers zelf, die achteraf betoogden dat de inspanningen die reeds sinds 15 augustus bijna zonder onderbreking geleverd werden en de zware velden, terdege de reservekrachten van menig groen-zwarte acteur hebben aangetast.  En dat moet wel zo zijn, want de goede wil van alle spelers ten spijt om toch maar de zege uit het vuur te slepen, viel het op dat zulks niet voldoende was om de beslissing af te dwingen.  Dat tikje macht en snelheid dat nodig is om een aanval succesvol door te voeren ontbrak hetgeen de fysiek sterke tegenstrevers toeliet steeds gepast het gevaar te keren.  De halflijn was nog de enige die hierop een uitzondering maakte.  Perot was immers onvermoeibaar zowel in het verweer als in het opbouwen, alhoewel zijn slordig aangeven ook heel wat inspanningen deed teloor gaan.  Na de rust speelde hij trouwens voluit de aanval en was quasi de enige om op doel te schieten.  Meer sober maar even effectief was De Caluwé maar ook zijn ultiem vooruitstuwen leed schipbreuk.  De beste lokale speler was echter Baas die kalm en beheerst alles afstopte en ook zijn ontzetten tot in de puntjes verzorgde.  De sympathieke Sluisenaar heeft weer volop zijn zelfvertrouwen teruggevonden, hetgeen vast en zeker aan de basis ligt van zijn flink verbeterd en betrouwbaar presteren.  Noch Mortier, noch Serru, noch Roje kan ten slotte iets aangewreven worden, al moeten we Marin nogmaals waarschuwen voor zijn soms al te flegmatiek optreden, hetgeen ei zo na zelfs een doelpunt kostte.  Van de Cerclekeeper onthouden we zijn mooie save op het ver verrassend schot van J. Leblancq terwijl hij voor de rest een eerder rustige namiddag beleefde.  Kunnen we het betreuren dat de groen-zwarten voor de tweede opeenvolgende maal een kostbaar puntje verspeelden, dan willen wij hen hiervoor geen steen werpen.  Morgen kunnen zij genieten van een verdiende rustdag die hen hopelijk weer helemaal zal heropknappen om dan met nieuwe krachten en nieuwe moed de beslissende terugronde aan te vatten.  Kan Cercle in de komende matchen de nodige geestdrift en allesgevende zegewil opbrengen, dan is nog niets verloren en blijven haar promoveringskansen gaaf.  Maar dan zal er niets, volstrekt niets aan het toeval mogen overgelaten worden !”.

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Racing Doornik  0-0


- opkomst : 4.000 toeschouwers.
- terrein : iets glibberig.
- weersgesteldheid : betrokken en regenachtig.
- leiding : ref. Hannet, behoorlijk.
- fair-play : tamelijk correct.
- corners : Cercle 7, Doornik 1.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, De Caluwé, Notteboom, Daels, Bailliu, Michiels,
  Flamée.
- Racing Doornik : Liénard, Gaillet, Liégeois, J. Leblanc, Timmermans, G. Leblanc,
  Mangain, Rivière, Debaissieux, Baert, Deneubourg.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
125 jaar KBVB - Feest en modernisering

In 2020 viert de Belgische Voetbalbond de 125e verjaardag.  In dit kader is ook de verdere uitbouw voorzien van het “Belgian Football Centre” in Tubeke. Het is de bedoeling dat deze site het epicentrum wordt van het Belgisch voetbal en het is een belangrijke pijler in de plannen van de Voetbalbond om in 2022 één van de toonaangevende voetbalfederaties in Europa te zijn. In dit kader pakt de Voetbalbond ook uit met een nieuwe visuele identiteit voor de eigen organisatie, de “Rode Duivels”, de “Red Flames” en “1895 Official Belgian Fan Club”. Bij een verjaardag hoort ook een fotoboek.  Dit zal in 2020 verschijnen en zal foto’s bevatten van het rijke erfgoed van het Belgische voetbal. Ook diverse jubileumactiviteiten staan in 2020 op het programma.  Ondergetekende was uitgenodigd op de persconferentie van donderdag 7 november, maar kon niet tegenwoordig zijn.  Vandaar, om u toch terdege te informeren, hieronder de officiële versie van de uiteenzetting.

Belgian Football Centre, het hart van het voetbal in België 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Georgette Van Damme is 100 jaar!


100-jarige Cercle-supporter


Vandaag, 30 oktober, blaast Georgette Van Damme 100 kaarsjes uit! De eeuwelinge is sinds jaar en dag Cercle-supporter.  Dit ter ore gekomen, trokken de hoofdredacteur van SHOT samen met de speler van de eeuw, Jules Verriest, in naam van Cercle, een week voor ”het eeuwfeest ten huize van”.

Georgette woont immers nog steeds zelfstandig in haar huis.  Ze was compleet verrast met dit bezoek en de geschenkjes (verjaardagskaartje, sjaal en boek 115 jaar Cercle).  De eeuwelinge heeft vijf in leven zijnde kinderen.  Patrick en Christiaan, Ria, Martine en Longina.  Deze waren op de hoogte van het bezoek en beide laatste waren ook present (zie foto).

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Calvin Dekuyper


Dankbaar


Wie vorige zaterdag de wedstrijd tussen de landskampioen en Cercle volgde, krabde zich wellicht even in de haren bij de namen van de startende elf.  Op het middenveld troffen we daar Calvin Dekuyper aan.  Calvin wie, vroeg veruit iedereen zich af?  
Wij er dus als de kippen bij om wat extra duiding te geven omtrent deze Belofte speler die zijn debuut maakte op het hoogste niveau
.

Wie is Calvin, Calvin?
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Jonathan Panzo



‘Hard blijven werken’ 


Enkele dagen voor de zware nederlaag in en tegen Zulte-Waregem had ik ook een gesprek met Jonathan Panzo.  Jonathan is een jonge, beloftevolle verdediger.   Ook hij streek neer op het einde van de transferperiode in augustus.  De laatste weken ontpopte hij zich tot een vaste waarde centraal in de groen-zwarte defensie.  Hij was tegen Zulte-Waregem geschorst door twee keer geel in de thuiswedstrijd tegen Eupen.  

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws als eerste in je mailbox!